Noé Soulier - Fantôme (Donald Judd) - 2019

Noé Soulier – Fantômes

Kunstenaar: Noé Soulier (°1987, FR)

Kunstwerk: Fantômes

Details: serie van tien installaties, variabele afmetingen, 2019-2020

Gezien: In Z33, het Huis voor Actuele Kunst, Design en Architectuur in Hasselt

Interessant omdat: Noé Soulier geen kunstenaar is in de traditionele zin van het woord. Hij is danser en choreograaf, behaalde een master filosofie aan de Sorbonne in Parijs, en is vooral bekend voor zijn performances die een mix zijn van spoken word en dans. Het raakvlak van gesproken taal en lichaamstaal, dat is zijn onderzoeksveld.

Een tastbaar oeuvre heeft Soulier dus nauwelijks. ‘Fantômes’ is een zeldzame uitzondering. De titel van de reeks verwijst naar de dummies die musea gebruiken om de plaatsing van dure kunstwerken voor te bereiden zodat de echte objecten veilig hun beurt kunnen afwachten. Kleur en textuur hebben bij dummies geen enkel belang, alleen de vorm telt. Die moet het volume van de echte werken zo dicht mogelijk benaderen om hun ruimtelijke impact te kunnen inschatten.

Voor de tentoonstelling in Z33 maakte Soulier dummies van tien kunstwerken uit de collectie van het S.M.A.K. in Gent. Echte dummies zijn geen kunstwerken, maar de ‘Fantômes’ worden wel als kunstwerk voorgesteld. Dat levert hen een vreemde, hybride status op, tussen kunstwerk en gebruiksvoorwerp. En daar is het ‘m de kunstenaar om te doen. Met dit werk zoekt hij de grenzen van de kunst op en maakt hij duidelijk hoe relatief ‘kunst’ wel is. Het volstaat immers om een object als kunst te behandelen om er kunst van te maken. Conventies, en hoe relatief ze zijn. Overigens liet Soulier de kans niet liggen om ook hier een performance van te maken. De installatie van de dummies liet hij uitvoeren door dansers, die de ‘kunstwerken’ met theatrale gebaren positioneerden, verplaatsten en vastschroefden.

Niet dat ik Noé Soulier in het hokje van de minimal art wil duwen, maar ik vind de parallellen tussen zijn ‘Fantômes’ en het werk van Robert Ryman (1930-2019) te mooi om te laten liggen. Ryman vond dat vorm en kleur de essentie van schilderkunst alleen maar in de weg stonden en had genoeg aan één vorm (het vierkant) en één kleur (wit) om een rijk oeuvre bij elkaar te schilderen.

Die witte kleur is een eerste overeenkomst met de ‘Fantômes’, maar Ryman toont mooi aan dat het ene wit het andere niet is. Hij was gefascineerd door de vele soorten wit die hij kon creëren door te spelen met pigmenten en verdunners, maar ook door op steeds weer andere dragers te schilderen, van aluminium tot vinyl. Voor ‘Untitled 1961’ gebruikte hij olieverf op linnen doek, ‘The General’ bestaat uit lakverf op katoen en ‘Attendant’ is een glasvezelplaat die de kunstenaar met olieverf beschilderde. Het aluminium ophangsysteem is deel van het kunstwerk, maar dat laat hij onbeschilderd, als om het te accentueren.

Toen hij ‘Attendant’ voor het eerst in een expo toonde, liet hij het zo hoog ophangen dat de onderrand van het werk op ooghoogte hing. Op die manier kregen de schroeven in beide onderhoeken alle aandacht, alsof hij het ophangsysteem tot kunst uitriep. Net als Noé Soulier vond Ryman het ‘hoe’ van een kunstwerk immers belangrijker dan het ‘wat’. Wat Soulier met zijn dansperformance bereikte (het plaatsingsproces in de kijker zetten) bereikte Ryman door te variëren met ophangsystemen. Daar is zijn ‘Pace’, een horizontaal schilderij, het ultieme voorbeeld van.

Robert Ryman - Pace (1984)
Robert Ryman – Pace (1984)

De ‘Fantômes’ van Noé Soulier maken deel uit van de expo ‘The Time of Work’ en zijn tot 29 augustus 2020 te bekijken in Z33 in Hasselt.

Inspiratie en bronnen: website van Noé Soulier, website van het Moma, Z33

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.