Las Vegas, I want to crawl into your womb

Kunstenaar: Bram Kinsbergen

Kunstwerk: Las Vegas, I want to crawl into your womb

Details: oil on canvas, 200 x 140 cm, 2015 © Bram Kinsbergen

Gezien: in het atelier van de kunstenaar

Interessant omdat: Bram Kinsbergen een hedendaagse romanticus is. Tegenover het vernuft en de schoonheid van de natuur plaatst hij de protserige oppervlakkigheid van de mens, die zich laat leiden door consumptiedrang en kortstondig genot. Maar Bram is niet de anti-conformistische kunstenaar die zich afzet tegen het kleinburgerlijke leven. Hij probeert de wereld van vandaag te begrijpen, en er begrip voor op te brengen. Zijn werk is confronterend, maar niet pessimistisch. Bram wil de mens veeleer op z’n plaats zetten, als waardevol onderdeel van een groter natuurlijk geheel en daarom hekelt hij onze drang om die natuur te willen overheersen.

Las Vegas is een heerlijk verstild landschap met barokke wolkenpartijen, romantische nevelzeeën en bergpieken, waarin Kinsbergen elementen van de hedendaagse cultuur introduceert. Het Disney-kasteel en Mickey Mouse-silhouetten worden uit hun vertrouwde context gerukt en krijgen hun plaats in hét mekka van vluchtig vermaak.

Website: www.bramkinsbergen.com

Gedicht-Poem-Poème/Change-Exchange-Wechsel

Kunstenaar: Marcel Broodthaers

Kunstwerk: Gedicht-Poem-Poème/Change-Exchange-Wechsel

Details: Zeefdruk op papier, 97,5x68cm, 1973

Gezien: Bozart, Brussel

Interessant omdat: Marcel Broodthaers zich artistiek wou uitleven als dichter, maar daar zo weinig succes mee boekte dat hij in 1963 besloot om het roer helemaal om te gooien: hij werd beeldend kunstenaar. Nu ja, hij bediende zich van alle mogelijke media  en bouwde daarmee een heel eigen artistiek systeem op. Hij was dichter, typograaf, fotograaf, filmmaker, bouwer van installaties en organisator van happenings. Maar bovenal was hij een woordkunstenaar en een vat vol ironie en zelfspot. Die humor gebruikte hij bij uitstek als dekmantel voor zijn kunstkritiek. In 1968, bijvoorbeeld, riep hij zijn eigen huis uit tot museum en benoemde hij zichzelf tot directeur ervan. Zijn nieuwe museum voor moderne kunst toonde enkel de afdeling van de 19de eeuw – alsof hij door plaatsgebrek maar een deel van zijn collectie kon tentoonstellen – en hij toonde er alleen ‘echte’ reproducties op prentkaartformaat. Dat was Broodthaers’ manier om te protesteren tegen de machtsstructuren van de museumwereld. Is iets kunst gewoon omdat het in een museum staat? Eenzelfde kritische spel speelt de kunstenaar in Gedicht/Wechsel. In dit tweeluik haalt hij taal (als communicatiemiddel) en geld (als betaalmiddel) op vernuftige wijze door elkaar. De titel van het eerste luik suggereert een gedicht, maar we zien tekenreeksen die op een optelsom lijken. En de tekens zijn geen getallen, maar de letters m en b, de initialen van de kunstenaar. Het tweede luik lijkt een ordinaire optelling van bedragen in Duitse mark, Franse franc, Britse pond en US dollar. Maar ook hier zijn de cijfers vervangen door mb. Zo lijkt hij te suggereren dat geld het spiegelbeeld is van taal, of dat financiële winst het spiegelbeeld is van kunst. Broodthaers neemt met dit werk twee aspecten van de kunstwereld op de hak: de commercie van de kunsthandel en de authenticiteit van de kunstenaar. En dat allemaal met twee eenvoudige, zwartomrande vellen en zes kolommen vol krabbels.

The unimaginable is unlimited

Kunstenaar: Fred Eerdekens

Kunstwerk: The unimaginable is unlimited

Details: koperdraad en lichtbron, 2015

Gezien: Art Brussels 2015, stand Samuel Vanhoegaerden gallery

Interessant omdat: het werk van Fred Eerdekens een feest is voor de liefhebbers van taalkunde en tekenleer. Eerdekens is er immers in geslaagd om het onscheidbare toch te scheiden. En dat levert zinderende kunst op. Zijn procédé is briljant en is helemaal te verklaren aan de hand van de theorieën van Ferdinand de Saussure, de 19de-eeuwse grondlegger van de semiotiek. De Saussure zag het taalteken als een referent dat naar een object in de werkelijkheid verwijst. Vervolgens introduceerde hij twee begrippen om de twee onlosmakelijk verbonden aspecten van het teken te beschrijven. De uiterlijke vorm van het teken noemde hij ‘signifiant’ of ‘betekenaar’. Het mentale concept waarnaar de betekenaar verwijst, is de betekenis (signifié). Die twee delen waren voor de Saussure ‘even onscheidbaar als de beide zijden van een vel papier’. Maar dat was dus zonder Fred Eerdekens gerekend. Hij haalt betekenis en betekenaar wel degelijk uit elkaar. The unimaginable is unlimited is daar een perfect voorbeeld van. Het werk (het beeld) bestaat uit geplooide koperdraden en die zijn op zich onleesbaar. Wie op zoek gaat naar een lettervorm komt dus bedrogen uit, er is geen herkenbare ‘signifiant’. Je ziet pas een leesbare tekst op een wand verschijnen als aan het werk een lichtbron wordt toegevoegd. Dan blijken de koperdraden leesbare schaduwletters te vormen. Geniaal in al zijn eenvoud, want Eerdekens plaatst je als beschouwer voor een ongewone keuze: betekenis of betekenaar. In het eerste geval geef je toe aan het verlangen om te lezen en te begrijpen. Eerdekens serveert dan slimme anagrammen, begrippen, dichtregels… Maar je kan de betekenis ook gewoon negeren en naar het ‘beeld’ kijken. Taal als beeldend element, geplooide koperdraad zonder betekenis. Dat kan alleen bij Eerdekens.

Website: www.fred-eerdekens.be

Inspiratie en bronnen: Willem Elias, “Aspecten van de Belgische kunst na ’45, deel I”

Self (Cambria)

Kunstenaar: Mark Wallinger

Kunstwerk: Self (Cambria) 2010

Details: Zwarte kunsthars, etsprimer en zwarte satijnverf

Gezien: in Museum De Pont, Tilburg

Interessant omdat: Mark Wallinger een ‘geëngageerd’ kunstenaar is, dus van het soort dat sociale en politieke kwesties aan de orde stelt. Hij doet dat subtiel en met een opvallende lichtheid. En vaak met geschreven taal. Zo maakte hij de reeks Self Portraits, zelfportretten die alleen de letter ‘I’ tonen, als hoofdletter of kleine letter, in verschillende lettertypes op doek geschilderd of met de hand geschreven. De grootte van de letter komt overeen met de omvang van het ego. Volgens Wallinger bepaalt de gemoedsgesteldheid van de beschouwer tot welk type ‘I’ hij of zij zich aangetrokken voelt: “Sometimes one might feel like the dictator of a small state and other times you might feel like a very vulnerable and put-upon human being.”

Mark Wallinger heeft ook een aantal sculpturen gemaakt op basis van hetzelfde principe, zoals het beeld in het Cambria-lettertype dat ik in De Pont zag. Voor de lettertypedeskundigen onder ons: het Cambria-font werd pas in 2004 ontworpen en veroverde de wereld in een mum van tijd omdat het werd meegeleverd met de Office-pakketten voor Windows en Apple. Wellicht koos Wallinger voor dit font omwille van de gelijkmatige rondingen en de brede voeten van de bodemschreven. Op die manier krijgt de hoofdletter ‘I’ de verticale vorm van een menselijke figuur. Beschouw het werk gerust als een luchtig commentaar op het zelfportret en het monumentale standbeeld dat altijd tot doel had de grandeur van een bepaald individu te vereeuwigen. Met zijn uitgepuurde Self bant Wallinger definitief alle individualiteit uit.

Inspiratie en bronnen: The Independent, “The strange ego of Mark Wallinger”