This Changes Everything

Kunstenaar: San Keum Koh (Korea, 1966)

Kunstwerk: This Changes Everything; Capitalism vs. The Climate 1 (Naomi Klein/Simon & Schuster) Excerpt from Pp. 337-359

Details: kralen, acrylverf, lijm en houten paneel – 154 x 97 cm (2016)

Gezien: in de stand van Gallery Baton tijdens Art Brussels 2019

Interessant omdat: San Keum Koh geschreven teksten herleidt tot hun lay-out en structuur. Dat doet ze door alle letters te vervangen door witte kralen of stalen bolletjes. Zo ontstaan tekstbeelden met een puur vormelijke waarde, zonder taalkundige betekenis.

Koh San Keum - Silence of Lim (2008)

Koh San Keum – Silence of Lim (2008)

Omdat de taaltekens vervangen zijn door kralen doen de werken van San Keum Koh aan brailleschrift denken. En ook al is het geen blindenschrift, de associatie houdt steek. De Koreaanse kunstenares kreeg het idee om tekstbeelden te maken toen ze tijdens een stage in New York zo vermoeid raakte dat ze tijdelijk blind werd. Haar gezichtsvermogen kwam maar langzaam terug en de eerste weken zag ze niks meer dan lichtstippen en vage contrasten van licht en donker. En dus “besloot ik om werk te maken met glanzende stippen als verwijzing naar dat eerste licht. Ik wilde teksten ‘vertalen’ uit romans, dichtbundels en andere publicaties die me na aan het hart lagen. Ik ging glimmende parels gebruiken om letters weer te geven, en dat leverde gecodeerde teksten op, ontdaan van elke leesbaarheid. Alleen de schoonheid van de pure vorm bleef over.”

Maar de kunstenares besefte dat esthetiek alleen geen interessante kunst oplevert. Door in de titels van haar werken te verwijzen naar de oorspronkelijke teksten geeft ze voldoende context mee om de beelden toch een inhoudelijke dimensie te geven. Bovendien verraadt de lay-out meestal of het om een gedicht, een krantenartikel of een advertentietekst gaat. Maar de precieze inhoud van de gekozen teksten gaat onherroepelijk verloren, San Keum Koh’s werken zijn geschreven in de internationale taal van de kunst en dus voor iedereen even begrijpelijk (of ondoorgrondelijk).

Marcel Broodthaers - Un coup de dés jamais n'abolira le hasard (1969)

Marcel Broodthaers – Un coup de dés jamais n’abolira le hasard (1969)

Het blijft uitermate boeiend om vast te stellen hoe kunstenaars met een compleet verschillende achtergrond via compleet verschillende wegen toch tot dezelfde kunstzinnige oplossing komen. San Keum Koh is immers lang niet de eerste om gedrukte teksten tot hun pure vorm te reduceren. In 1969 bracht Marcel Broodthaers zijn kunstboek ‘Un coup de dés jamais n’abolira le hasard’ uit. Broodthaers had in 1963 de dichtkunst geruild voor de beeldende kunst en om die overgang in de verf te zetten, ging hij aan de slag met het gelijknamige gedicht van de Franse symbolistische kunstenaar Stéphane Mallarmé. Mallarmé had (in 1897 al) heel precies beschreven hoe de typografie van zijn gedicht er moest uitzien, hij vond immers dat lettertype en bladschikking moesten bijdragen tot het ritme en de leeservaring van het werk. Die achterliggende gedachte trok Broodthaerts radicaal door. In zijn versie werden alle woorden vervangen door zwarte balken, die qua lengte en lay-out nauwgezet de instructies van Mallarmé volgen. Tekst werd typografie, typografie werd beeld.

Inspiratie en bronnen: Met Museum, Gallery Huue

Old Places

Kunstenaar: Patrick Keulemans (BE)

Kunstwerk: Old Places

Details: papier en bladlood (2019)

Gezien: bij de kunstenaar thuis

Interessant omdat: de beelden van Patrick Keulemans uitermate verhalend zijn, inhoud hebben, gelaagd zijn. Patrick geeft een nieuwe betekenis aan heel gewone voorwerpen of afgedankte materialen. Sterker nog, het creatieve proces begint bij het object, dat associaties oproept en nieuwe toepassingen in zich draagt. Het object bepaalt de aard en het concept van het kunstwerk, niet omgekeerd.

Vormelijk zijn de kunstwerken erg toegankelijk, en omdat ze vaak een speels, ludiek element hebben, wekken ze de schijn van laagdrempeligheid. Maar elk werk is gelaagd en om de verschillende betekenislagen te achterhalen, moet de toeschouwer vol aan de bak. Keulemans’ kunst wil immers een statement maken, vragen oproepen, prikkelen of ontroeren.

 

Patrick Keulemans - Belief and Disbelief 2, 2014

Patrick Keulemans – Belief and Disbelief 2, 2014

 

Neem nu ‘Belief and Disbelief’. Dit werk uit 2014 doet het zonder speelse toets en gaat meteen naar de kern van de zaak: een statement maken over macht en onmacht. In een stalen constructie die doet denken aan het skelet van een kapel of een kerk, hangt een zwartgeblakerde houten tong aan lederen riemen. Aan het ene eind van de tong vormen de riemen een omgekeerde piramide, als een naar binnen gekeerde kerktoren. Het koude staal, het zwarte leder en de gevangen tong geven het werk iets sinisters, en zo heeft de kunstenaar het ook helemaal bedoeld. Dit is zijn aanklacht tegen seksueel misbruik en onderdrukking door de katholieke kerk. Religies doen zich voor als systemen om mensen te vormen en te verbinden, maar verworden snel tot verstikkende machtsstructuren, zonder ruimte voor zelfkritiek en reflectie.

 

Patrick Keulemans - Wat is er fout toegedoend?, 2017

Patrick Keulemans – Wat is er fout toegedoend?, 2017

Patrick Keulemans - Wat is er fout toegediend? (detail), 2017

Patrick Keulemans – Wat is er fout toegediend? (detail), 2017

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Een ander belangrijk aspect van Keulemans’ kunstpraktijk is zijn fascinatie voor taal. Dankzij taal kunnen we communiceren en samen-leven. Anders gezegd, taal maakt samenleven mogelijk. In “Wat is er fout toegediend?”, een werk uit 2017, presenteert de kunstenaar honderden fragmenten uit bijsluiters van geneesmiddelen die hij op uitgelaserde capsules in acrylaat kleefde en vervolgens met eindeloos geduld tussen twee glasplaten bij elkaar bracht. Het resultaat is een soort display zoals die vaak in een apotheek staat, met een dubbele boodschap: taal kan een medicijn voor een zieke maatschappij zijn. Maar het werk refereert ook aan de fouten die in de medische wereld worden gemaakt. Er zitten bewust enkele capsules fout.

 

Patrick Keulemans - Old Places, 2019

Patrick Keulemans – Old Places, 2019

 

De uitgelaserde capsules in het display getuigen van Keulemans’ vakmanschap en zin voor vormgeving. En dat geldt al helemaal voor ‘Old Places’, een gloednieuw werk dat de kunstenaar maakte voor Drop, zijn aankomende solotentoonstelling in B53, het podium voor hedendaagse kunst in Arnhem. ‘Old Places’ laat goed zien waarom Patrick Keulemans zich zonder ironie een meester-vervalser noemt. Basic materialen als papier en bladlood vormt hij om tot een fascinerend kunstwerk. Het lijkt alsof we naar een stokoude luchtfoto van een stadswijk kijken. Maar het beeld is volledig geconstrueerd, het roestige patina is een handigheid van de kunstenaar, de plattegrond bestaat uit precies geplaatste vormen uit bladlood. Niets is wat het lijkt. Nothing is!

Inspiratie en bronnen:  website van de kunstenaar

Planned Obsolescence

Kunstenaar: Nicolas Lamas (Peru, °1980)

Kunstwerk: Planned Obsolescence

Details: kopieerapparaat, gips, papier, marmer, menselijk bot, schuimrubber, plastic (2019)

Gezien bij: galerie Meessen De Clercq in Brussel

Interessant omdat: Nicolas Lamas een beeldend dichter is. Dichters gooien gewone woorden in ongewone contexten om nieuwe inhouden te creëren. Met metaforen en beeldspraak boren ze nieuwe betekenislagen aan en zetten ze hun lezers aan tot denken. Dat doet Lamas ook, met beelden in plaats van woorden.

Nicolas Lamas - Archaeology of Data (2019)

Nicolas Lamas – Archaeology of Data (2019)

Technologie, dat is het centrale gegeven in het oeuvre van Nicolas Lamas. Niks is menselijker, want alleen de mens is in staat tot het bedenken van technologische concepten. Maar tegelijk beheerst technologie ook ons leven en bepaalt het wie wij vandaag als mens zijn. Het werk ‘Archeology of Data’, bijvoorbeeld, draait om informatietechnologie. Informatie is macht. Wie de informatiestromen beheerst, zwaait de plak. Dat is nu zo, denk maar aan de manier waarop internetgiganten als Facebook en Google informatie vergaren en gebruiken. Maar duizenden jaren geleden was het niet anders. Lamas vat die vaststelling door een hightech printplaat naast een kleitablet met spijkerschrift te plaatsen. 3.000 jaar v.C. werd het schrift geboren toen de Soemeriërs een manier bedachten om hun taal neer te schrijven. ‘Archaeology of Data’ is 5.000 jaar informatietechnologie in één beeld.

Nicolas Lamas -Posthuman flows (2019)

Nicolas Lamas -Posthuman flows (2019)

Ook het werk ‘Posthuman Flows’ kaatst tussen heden en verleden. Een opgegraven menselijk skelet bevat nauwelijks nog beenderen en zit tjokvol restanten van technologische ingrepen: metalen buizen, elektriciteitskabels, schroeven, een tl-buis, dichtingsringen, gipsen afdrukken… Een metafoor voor de invloed van technologie op de mens. En tegelijk een verwijzing naar de analogie tussen ons zenuwstelsel en het wereldwijde web, allebei netwerken die een onophoudelijke stroom aan informatie doorgeven. In elk geval doet ‘Posthuman Flows’ sterk denken aan ‘The Last Human’ van Maarten Vanden Eynde. Deze archeoloog van de toekomst toont een gepimpt skelet, als restant van de laatste organische mens voor onze soort een volledig technologisch wezen werd.

Nicolas Lamas - Planned Obsolescence (2019)

Nicolas Lamas – Planned Obsolescence (2019)

Maar geen werk vat de kunstpraktijk van Nicolas Lamas beter dan ‘Planned Obsolescence’. Ook in deze beeldenreeks staat de informatietechnologie centraal. Kopieermachines verzinnebeelden ons vermogen om documenten te vermenigvuldigen en kennis op te slaan. Maar de machines in dit werk zijn verouderd (de titel van het werk verwijst naar de praktijk waarbij producenten met opzet de levensduur van hun producten beperken) en doen nu dienst als sokkel voor (kopieën van) antieke borstbeelden. De toestellen zijn opengewerkt en laten onbeschaamd in hun binnenste kijken. Een wirwar van elektrische bedrading werd aangevuld met organische elementen: een menselijk bot, gras, een schelp. En zo vervagen de grenzen tussen heden en verleden, tussen natuur en technologie. Pure poëzie.

De tentoonstelling “Archaeology of Darkness” van Nicolas Lamas loopt tot 16 februari 2019 in galerie Meessen De Clercq, Abdijstraat 2a in Brussel.

Inspiratie en bronnen: BRUZZ out – 1645 (p.25), nicolaslamas.net

Untitled 2018 (the days of this society is numbered)

Kunstenaar: Rirkrit Tiravanija (TH, °1961)

Kunstwerk: Untitled 2018 (the days of this society is numbered)

Details: olieverf op krantenpapier op doek, 5 panelen van 137 x 2020 cm elk (2018)

Gezien: tijdens Independent Art Fair Brussels

Interessant omdat: Rirkrit Tiravanija al enkele decennia het levende bewijs is dat een kunstenaar niet per se commerciële, verkoopbare kunst hoeft te maken om hyperrelevant te zijn en te blijven. De Thaise kunstenaar is immers een boegbeeld van wat intussen ‘relationele kunst’ is gaan heten.

Onze culturele en sociale structuren zijn een populair gegeven in de hedendaagse kunst. Kehinde Wiley herdefinieert raciale relaties met zijn monumentale portretten, Joanna Rajkowska hekelt de rol van big pharma in de productie van biologische wapens en Gonçalo Mabunda maakt kunst met oorlogstuig, als herinnering aan de burgeroorlog die Mozambique 16 jaar lang teisterde. Om maar deze drie voorbeelden uit mijn eigen ‘kunstparels‘ te noemen.

Relationele kunstenaars, zoals Rirkrit Tiravanija, gaan nog verder in het onderzoeken en bevragen van de regels die ons gedrag bepalen. Zij zien kunst als iets wat een kunstenaar samen met zijn publiek maakt, het liefst buiten de muren van een tentoonstellingsruimte, zo laagdrempelig mogelijk. Relationele kunstenaars willen hedendaagse kunst toegankelijk maken en de afstand tussen kunstenaar en toeschouwer verkleinen door interactie te creëren. Conceptuele kunst met de sociale omgeving als uitgangspunt.

Al in 1992 stelde Rirkrit Tiravanija tentoon in het MoMa in New York. Onder de titel Untitled, Free kookte hij er rijst met Thaise curry voor de bezoekers van het museum. Niet het gerecht zelf was van belang, maar wat er gebeurde tussen de mensen. Anders gezegd, de gemeenschappelijke ervaring van de maaltijd werd het onderwerp van de tentoonstelling, onder leiding van de kunstenaar die optrad als een ‘curator van de ervaring’. Op die manier is relationele kunst ook maatschappelijk geëngageerde kunst: Tiravanija creëert momenten waarin mensen ongedwongen samenzijn, als een warme deken tegen de emotionele kilte van onze hyperindividuele samenleving.

Rirkrit Tiravanija - Untitled 2018 (the days of this society is numbered)

Rirkrit Tiravanija – Untitled 2018 (the days of this society is numbered)

Dat sociale gegeven vinden we ook terug in Untitled 2018 (the days of this society is numbered). Op vijf enorme panelen roept Rirkrit Tiravanija herinneringen op aan de studentenopstand van mei ‘68. Elk paneel toont een datum in mei 1968, geschilderd op de originele uitgave van de krant Le Monde van die dag. Enkel op 16 mei bevatte de krant genoeg pagina’s om het hele paneel te vullen. Onder de geschilderde datum lezen we de hoogdravende slogan, met opzet fout vertaald uit het Frans. Met opzet, want “the mistake makes people react.” En reactie, daar is het ‘m om te doen, niet om de creatie van een uniek kunstwerk. Tiravanija laat de slogan dan ook regelmatig terugkeren in zijn werk, en altijd met een onderliggende kritische boodschap: op de pagina’s van een Thaise krant van 7 december 2012, als verwijzing naar het naderende einde van de Thaise koning Bhumibol die die dag zijn 85ste verjaardag vierde, of op de pagina’s van Le Soir tijdens een tentoonstelling in Villa Empain, als verwijzing naar het einde van het nazitijdperk (Le Soir collaboreerde met de bezetter, Villa Empain was een uitvalsbasis van de nazi’s).

Rirkrit Tiravanija-Untitled (December 7, 2012)

Rirkrit Tiravanija-Untitled (December 7, 2012)

En zo zit elk werk van Rirkrit Tiravanija boordevol verwijzingen naar historische figuren, belangrijke gebeurtenissen of de kunstwereld zelf. Zelfs als hij een pig roast organiseert om sociale interactie uit te lokken met toevallige voorbijgangers, zoals hij dat eind november deed bij Tommy Simoens in Antwerpen. Want ook die varken-aan-het-spitactie had een historische voorganger: in 1971 liet de Amerikaanse kunstenaar Gordon Matta-Clark al een varken roosteren onder Brooklyn Bridge in New York en deelde hij het vlees uit aan meer dan 500 voorbijgangers.

Inspiratie en bronnen: kunstvannu.blogspot.comhyperallergic.com

Het werk van Rirkrit Tiravanija is nog tot 20 januari 2019 te zien bij Tommy Simoens, Waalsekaai 31 in Antwerpen. Meer info vind je via deze link.

Pig Roast 29 Nov 2018 ©laragasparotto

Pig Roast 29 Nov 2018 ©laragasparotto

H.H.

Kunstenaar: Thierry De Cordier (BE)

Kunstwerk: H.H.

Details: olieverf en lak op doek, 200 x 30 cm (1993)

Gezien: in Museum De Pont in Tilburg

Interessant omdat: Thierry De Cordier aantoont dat de christelijke traditie ook voor hedendaagse kunstenaars een onuitputtelijke bron van inspiratie blijft. De Cordier slaagt er bovendien in om een heel eigen interpretatie te geven aan een beeld dat zo in het collectieve geheugen gegrift staat dat het moed vergt om ermee aan de slag te gaan.

 

Parroquia de San Nicolás - Valencia

Christus in het graf in de parroquia de San Nicolás – Valencia

 

Jezus in het graf. Het is de essentie van het paasverhaal. In een kerk zien we dit bijbelse tafereel nochtans zelden. Daar overheersen kruisafnemingen. Die zijn een pak glorieuzer, Christus wordt er omringd door geliefden en naasten die zijn offerdood bewenen en bewonderen. Maar in het graf is Christus alleen.

Thierry De Cordier schilderde met “H.H.” een heel eigen versie van de grafscène, gebaseerd op een iconisch werk dat ruim 450 jaar eerder werd geschilderd door Hans Holbein de Jonge. Diens “De dode Christus in het Graf” is allesbehalve een glorieus portret van de zoon van God, het is het aangrijpende beeld van een eenzaam lichaam in een benauwde ruimte. Holbein toont de doorsnede van een lijkkist, waarin het lichaam maar net past. De ogen van de aflijvige zijn geopend maar gebroken. Zijn mond valt wat open. Zijn gezicht, zijn hand en zijn voeten zijn grauw. Het lichaam van Christus is aangetast door de dood.

 

Hans Holbein d. J. - Dode Christus in het Graf (1521–1522)

Hans Holbein d. J. – Dode Christus in het Graf (1521–1522)

 

Het werk van De Cordier heeft dezelfde afmetingen als dat van Holbein: levensgroot. Twee meter breed en dertig centimeter hoog. Maar ditmaal is de lijkkist leeg. Om de connectie met zijn 16de-eeuwse voorganger helemaal duidelijk te maken, verwerkte De Cordier de initialen “H.H.” niet alleen in de titel van zijn werk, maar ook centraal onderaan op het graflaken. Rechts onderin staat er: “peint par moi; Thierry De Cordier à l’âge de 39 ans”. Pas in Holbeins tijd werd het gebruikelijk om werken uitgebreid te signeren.

 

Thierry De Cordier - H.H. (1993)

Thierry De Cordier – H.H. (1993)

 

Thierry De Cordier is vooral bekend om zijn donkere, gesloten sculpturen en zijn werk wordt algauw somber en zwaarmoedig genoemd. Terwijl ik er net zo goed melancholie en een hang naar geborgenheid in zie. Met ‘H.H.’ is het net zo. Zonder de dode Christus is er geen sprake meer van de benauwdheid en de eenzaamheid die Holbeins werk zo kenmerkt. Wat overblijft, is een lege ruimte. En de suggestie van wat had kunnen zijn. Zien we het graf van Christus nadat de dode is verrezen? Of is er nooit een Christus geweest? De zwarte balk op de wit-grijze achtergrond doet denken aan het ‘Zwart Vierkant’ van Malevitsj en dat was een radicale cesuur in de kunst. Doet De Cordier hier een even radicaal statement over het christendom? Heeft haar heiland nooit bestaan?

De Cordier is overigens lang niet de enige die met de dode Christus van Holbein aan het werk ging. Ook Kehinde Wiley, de kunstenaar die ik in een vorige blogpost belichtte, maakte er zijn heel eigen versie van. Zijn remake ziet er een pak behaaglijker uit dan het origineel. In de graftombe ligt immers geen lijk, maar een ongeschonden jonge, zwarte man, met tattoo en boxershort, tegen een weelderige achtergrond van bladeren en bloemen.

 

Kehinde Wiley - The Dead Christ in the Tomb (2007)

Kehinde Wiley – The Dead Christ in the Tomb (2007)

 

Inspiratie en bronnen: Museum De Pont, De Tijd

 

Thierry De Cordier - aaa (1989-1992)

Thierry De Cordier – aaa (1989-1992)

De troon van een wereld zonder revolte

Kunstenaar: Gonçalo Mabunda (MZ, °1975)

Kunstwerk: De troon van een wereld zonder revolte (2011)

Details: Gerecycleerde oorlogswapens

Gezien: in Kanal – Centre Pompidou in Brussel

Interessant omdat: Gonçalo Mabunda kunst maakt met oorlogstuig, als herinnering aan de burgeroorlog die Mozambique 16 jaar lang teisterde. Zijn tronen en maskers zijn ijzersterke symbolen, vol historische referenties.

Gonçalo Mabunda - Troon van een wereld zonder revolte (2011)

Gonçalo Mabunda – Troon van een wereld zonder revolte (2011)

Eigenlijk doet Mabunda wat wel meer Afrikaanse kunstenaars doen: afgedankte materialen herbruiken en omvormen tot nieuwe objecten. Maar in zijn geval gaat het om heel bijzonder ‘afval’: AK-47’s, landmijnen, raketwerpers, soldatenlaarzen en helmen, oorlogstuig dat ingezameld werd na het einde van de Mozambikaanse burgeroorlog in 1992. Door er kunst van te maken, zet hij instrumenten van de dood om in voorwerpen van bewondering en schoonheid.

Tegelijk schemert er ook een boodschap van vrede door in zijn werk. Zijn kunstpraktijk doet immers denken aan een bijbels vers waarin ‘zwaarden worden omgesmeed tot ploegscharen’, een duidelijke metafoor voor de overgang van conflict naar vrede. Niet toevallig staat in de tuin van het gebouw van de Verenigde Naties in New York een beeld van een man die een zwaard omsmeedt tot een ploegschaar. Het werk werd in 1958 door de Sovjet-Unie aan de VN geschonken, als symbool voor het einde van geweld en het begin van de wereldvrede. Wanneer die wereldvrede precies zou ingaan, werd er niet bij vermeld.

Gonçalo Mabunda-The Commissioned (2016)

Gonçalo Mabunda-The Commissioned (2016)

De absolute kracht van Mabunda’s werk zit ‘m ongetwijfeld in de manier waarop hij traditionele, Afrikaanse elementen versmelt met moderne, westerse kunst. De troon staat zowel in de Afrikaanse als in de Europese geschiedenis symbool voor macht en aanzien. Wie de troon bezette, kon beslissen over oorlog en vrede, over leven en dood. Mabunda’s maskers zijn dan weer een speelse commentaar op de Europese voorliefde voor Afrikaanse kunst. De traditionele maskers die Picasso en Braque tot het kubisme inspireerden, krijgen van Mabunda als het ware een nieuw gezicht, gesmeed uit kogels, granaten, geweerkolven en ander moordtuig.

Intussen heeft het werk van Gonçalo Mabunda zijn weg gevonden naar galerijen en musea over de hele wereld. Zelf blijft de kunstenaar in zijn bescheiden atelier in Maputo, ver weg van de westerse kunstscène, afgedankt oorlogsmateriaal omvormen tot getuigen van een gruwelijk, recent verleden. Mabunda groeide op te midden van het oorlogsgeweld en wil de herinnering daarom levend houden. De vrede in Mozambique blijft immers fragiel, rebellengroepen plegen nog steeds aanslagen in een land dat geplaagd wordt door corruptie en etnische spanningen. Mabunda’s werk heeft dus ook een maatschappelijke dimensie, het is een waarschuwing dat het oorlogsgeweld zo weer kan opflakkeren.

Tentoonstelling: ‘De troon van een wereld zonder revolte’ is nog tot 10 juni 2019 te zien in Kanal-Centre Pompidou aan de Akenkaai in Brussel.

Inspiratie en bronnen: CNN, Jack Bell Gallery

Gonçalo Mabunda-Throne of the Shining Dream (2016)

Gonçalo Mabunda-Throne of the Shining Dream (2016)

Van zwaarden tot ploegscharen - New York

Van zwaarden tot ploegscharen – New York

The Last Human

Kunstenaar: Maarten Vanden Eynde (BE, °1977)

Kunstwerk: The Last Human

Details: polyurethaan, elektronische componenten, beton (2017)

Gezien: op kunstenfestival Watou 2018

Gesprek: 10 juli 2018

Interessant omdat: Maarten Vanden Eynde met zijn werk vooruitkijkt naar ons verleden. Als kapstok voor zijn oeuvre heeft hij zelfs een aparte tak van wetenschap bedacht: de genetologie, een onderzoek naar onze toekomstige geschiedenis. Hoe zullen de mensen van morgen naar ons tijdvak kijken, wat zal er overblijven? Dat is de vraag die Maarten Vanden Eynde drijft. Fictie? Allicht. Maar het is kunst die aan het denken zet. Kunst zoals kunst bedoeld is.

‘Wetenschappen hebben me altijd al gefascineerd,’ zegt hij daar zelf over. ‘Zoölogie, biologie, archeologie en technologie boeien me enorm. Vandaag haal ik de inspiratie voor mijn kunstpraktijk net zo goed uit National Geographic als uit kunstboeken.’ Om die breed uitwaaierende interesse af te bakenen, werkt Vanden Eynde langere tijd rond vaste thema’s en binnen grotere onderzoeksprojecten. Taxonomie, ook in de kunst.

Post-industrialisme, kapitalisme en ecologie, dat zijn de overkoepelende onderzoeksthema’s in Vanden Eyndes werk. Ze getuigen onmiskenbaar van een bijdetijdse maatschappijkritische blik. Maar belerend is zijn boodschap nooit. De kunstenaar beseft dat de aarde de mens lang zal overleven. ‘De mens is een uitermate succesvol experiment van de natuur, maar wel eentje met een houdbaarheidsdatum. En ik geloof niet dat de mens plots door een of andere vreselijke natuurramp zal verdwijnen. Het is een evolutie. Straks hebben we de planeet opgebruikt. En dan is het aan andere soorten om onze rol over te nemen.’

Maarten Vanden Eynde - The Power of None (2018)

Maarten Vanden Eynde – The Power of None (2018)

Vaste thema’s in Vanden Eyndes oeuvre zijn steevast grondstoffen. De kunstenaar heeft jarenlang rond plastic gewerkt, maar net zo goed rond olie, rubber, uranium of katoen. ‘Ik vertel graag het grote verhaal via het kleine, dat kleine is dan de grondstof. Neem nu silicium. Meer dan 90% van de aardkorst bestaat uit siliciumhoudende mineralen, waardoor het na zuurstof het meest voorkomende element op aarde is. Silicium is de grondstof voor de productie van microchips in computers, tv’s, smartphones en allerhande soorten elektronische apparaten. Door de jaren heen werden siliciumchips steeds kleiner en krachtiger, maar intussen hebben we de grenzen van dat materiaal bereikt. Alternatieven dringen zich op.’

Maarten Vanden Eynde - The Power of None (detail2)

Maarten Vanden Eynde – The Power of None (detail2)

Dat gegeven is de basis van het werk ‘The Power of None’, een replica van het menselijk brein, uitgevoerd als een soort neurologisch netwerk. Dat netwerk bestaat uit siliciumwafers die via koperdraden verbonden zijn met een centraal brein. Op de schijven bracht de kunstenaar afbeeldingen van diatomeeën aan. En daar zien we alweer een link met silicium. Diatomeeën of kiezelwieren zijn microalgen met een siliciumhoudend skelet. Vandaag gebruiken onderzoekers deze algensoort om nieuwe zonnecellen te ontwikkelen die een veel hoger rendement hebben dan de huidig gangbare technologieën.

Maarten Vanden Eynde - The Last Human (2017)

Maarten Vanden Eynde – The Last Human (2017)

De beperkingen van siliciumchips liggen ook aan de basis van ‘The Last Human’. Binnenkort wordt dat soort chips immers noodgedwongen vervangen door krachtiger exemplaren, gebaseerd op DNA. ‘De mogelijkheden van deze organische chips zijn ongekend,’ zegt Maarten Vanden Eynde. ‘Straks kunnen we lichaamseigen geheugen inplanten zoals we vandaag bionische ledematen aanbrengen. De medisch-wetenschappelijke evolutie zet zich onverminderd door. Als kunstenaar wil ik die evolutie in beelden vatten, vanuit mijn fascinatie voor wetenschap. Zonder waardeoordeel, zonder belerend vingertje.’

Maarten Vanden Eynde - The Last Human (detail)

Maarten Vanden Eynde – The Last Human (detail)

‘The Last Human’ is dan op te vatten als de laatste vertegenwoordiger van een voorbijgestreefde mensensoort. In zijn/haar tijd werd het menselijke geheugen nog op een knullig conventionele manier uitgebreid, met siliciumchips. De opgraving van dit lijk is toekomstig wereldnieuws. Zo aandoenlijk primitief waren die lui in de 21steeeuw!

The Power of None en The Last Human maken deel uit van het artistieke onderzoeksproject Triangular Trade, een verwijzing naar de lucratieve handel in goederen en mensen tussen Europa en Amerika, met Afrika als derde, lijdende partner. Driehoekshandel bestaat overigens nog steeds, zij het in een nieuw jasje, waarin Afrika grondstoffen levert als rubber, olie en koper en zich vervolgens arm betaalt aan afgewerkte producten uit de geïndustrialiseerde wereld.

Maarten Vanden Eyndes werk katapulteert de kijker naar het verleden én naar de toekomst. Het nodigt uit tot het bedenken van scenario’s over wat er tussen vandaag en de toekomst gebeurd kan zijn (of zal gebeuren, kiest u vooral zelf de gepaste grammaticale tijd). Het toont de geschiedenis van morgen.

Inspiratie en bronnen: www.maartenvandeneynde.com, catalogus Watou 2018, Artefact 2018www.genetology.net

Expo’s: “The Last Human” is tot 2 september 2018 te zien in het kader van het kunstenfestival Watou (alle info: Festivalhuis, Watouplein 12, Poperinge) en daarna vanaf 6 september tot 6 oktober in galerie Meessen De Clercq in Brussel.

“The Power of None” is tot 14 oktober 2018 te zien in het kader van ‘Groentopia’ bij Verbeke Foundation in Kemzeke, van 22 tot 28 oktober in MAAT (Museum of Art, Architecture and Technology) in Lisabon, Portugal, en vanaf midden 2019 in de plantentuin Meise, als centrale werk in een langlopende tentoonstelling rond diatomeeën.

L’évangile du Congo

Kunstenaar: Turbo Lusavuvu Makaya (DR Congo)

Kunstwerk: L’évangile du Congo (2013)

Gezien: in Mu.ZEE Oostende

Interessant omdat: Lusavuvu Makaya niet wacht op een romantische of goddelijke ingeving om zijn oeuvre uit te breiden, voor hem is het alledaagse leven in Kinshasa een onuitputtelijke bron van inspiratie. Hij behoort tot een nog altijd groeiende groep volkse schilders die op een speelse manier misstanden aan de kaak stellen en het geweten van hun publiek aanspreken.

Het werk van Makaya en zijn collega’s wordt gevat onder de noemer “peinture populaire”, een stroming die ontstond na de onafhankelijkheid van Congo en haar hoogdagen kende in de jaren 70 en 80 van de vorige eeuw. Hun schilderijen zijn echte ‘conversation pieces’, die aan de buitenkant van huizen of in bars worden opgehangen, blootgesteld aan de blik en commentaar van passanten en bezoekers. Hun onderwerpen zijn religieus, politiek of sociaal, en relevant voor het moment waarop ze geschilderd worden. De levensduur van de werken is daarom kort, want zodra het beeld z’n relevantie verliest, wordt het schilderij weggegooid. Congolese volksschilders werken daarom snel en goedkoop, hernemen vaak dezelfde thema’s die ze desgewenst aanpassen aan de vraag van de klant. Vanaf de jaren 90, met de politieke en economische crisissen in Congo, kregen de kunstenaars het steeds moeilijker om te leven van de lokale verkoop. Vandaag moeten ze het vooral hebben van de verkoop aan buitenlandse toeristen en expats.

 

Chéri Samba - Spectacle au village (1997)

Chéri Samba – Spectacle au village (1997)

 

Lusavuvu Makaya en zijn collega-schilders zijn autodidacten die het schildersvak op straat leerden en de mosterd haalden bij twee andere beeldvormen die geweldig populair zijn in Kinshasa: stripverhalen en reclameschilderingen. ‘L’évangile du Congo’ kun je makkelijk opvatten als een collage van stripbeelden, waarin een zwarte christusfiguur omringd wordt door al het onheil dat Congo door haar blanke bezetters werd aangedaan. De kerstening als het ultieme symbool voor de rampspoed van de kolonisatie. En net zoals het stripverhaal combineren de meeste populaire schilderijen tekst en beeld. ‘Spectacle au village’ van Chéri Samba laat zien dat verschillende taalstijlen gewoon door elkaar gebruikt kunnen worden, een mooie manier om aan te geven dat het dorpsfeest iedereen bij elkaar brengt: jong en oud, arm en rijk.

 

Turbo Lusavuvu Makaya - L'évangile du Congo (2013)

Turbo Lusavuvu Makaya – L’évangile du Congo (2013)

 

De aantrekkingskracht van de Congolese volksschilderkunst op een westers publiek zit ‘m zeker in de speelse, humoristische manier waarop de schilders verslag uitbrengen van wat de gewone man in de straten van Kinshasa bezighoudt. Elk doek vertelt een heel verhaal met duidelijk afgelijnde, wat karikaturale figuren. De vrolijke naïviteit die ze uitstralen staat vaak in schril contrast met de ernst van het gebrachte thema. Maar het boeiendst aan deze schilderstijl is wel dat het beeld primeert op het object, het immateriële op het materiële. Een werk is immers pas geslaagd als het een discussie op gang brengt. Voor deze Congolese kunstenaars kan een schilderij nooit een statussymbool zijn, een werk dat niet aanzet tot reflectie of debat is gewoon een object als een ander.

Inspiratie en bronnen: Congo Art Works (Bambi Ceuppens en Sammy Baloji), vrt nieuws, interview met Turbo Lusavuvu Makaya op Vimeo

Expo: “L’évangile du Congo” is tot 7 oktober 2018 te zien in het kader van de tentoonstelling “Een gesprek tussen collecties uit Kinshasa en Oostende” in Mu.ZEE Oostende.

 

 

Chéri Samba - Un bilan précieux (2001)

Chéri Samba – Un bilan précieux (2001)

 

Maître Syms - Une culture qui fait honte a une famille Bantoue (2000)

Maître Syms – Une culture qui fait honte a une famille Bantoue (2000)

Arbre Magique

Kunstenaar: Karl Philips (BE, °1984)

Kunstwerk: Arbre Magique

Details: aluminium verkeersbord, 206 x 130 cm (2017)

Gezien: tijdens Antwerp Gallery Weekend bij veilinghuis Bernaerts (27 mei 2018)

Interessant omdat: Karl Philips een pad bewandelt dat langs de achterkant van de wereld loopt. Hij gebruikt de openbare ruimte om licht activistische interventies te doen en geeft afgedankte materialen een nieuw leven. Qua werk én levensstijl is Philips een buitenbeentje in een wereld die vooral draait rond geld en bezit.

De basis voor die levensstijl legde de kunstenaar in zijn studententijd. Van het totale gebrek aan middelen dat hij toen ervoer, maakte hij een troef. Het verplichte hem immers tot inventiviteit en creativiteit. Hij ontdekte dat liften de goedkoopste manier was om te reizen en hij vatte het plan op om in een bestelwagen te gaan wonen. Dat deed hij vier jaar lang op verschillende locaties in Rotterdam, Antwerpen en Brussel. Intussen kocht hij een mobilhome, maar een vast adres heeft de kunstenaar nog steeds niet. En de fascinatie voor de vindingrijkheid van mensen in de marge van de samenleving bleef.

Karl Philips - Conciërge (2012)

Karl Philips – Conciërge (2012)

Karl Philips is dus een man van de publieke ruimte, hij put er zijn inspiratie uit en gebruikt ze als schouwtoneel voor zijn werk. Neem nu “Conciërge”, een werk uit 2012 waarvoor Philips op een braakliggend terrein in Strombeek-Bever een billboard kaapte dat hij als rug gebruikte voor een pop-upwoning. Het tijdelijke ‘appartement’ dat hij aan het reclamepaneel haakte, werd maandenlang bewoond door een dakloze vrouw. Het contrast tussen de basisbehoefte van de tijdelijke bewoner (een veilig onderdak) en de boodschappen op het reclamepaneel (luxewagens) kon moeilijk groter zijn. Philips’ commentaar is niet mis te verstaan.

Karl Philips - E313 (2018)

Karl Philips – E313 (2018)

Een specifiek deel van de openbare ruimte is de straat, of beter nog: de snelweg. En ook die kan inspirerend werken. Getuige het werk “E313”, een gevonden gereedschapskist waaruit de kunstenaar een fontein laat opborrelen. Het stromende water vormt een waterweg die onder een denkbeeldige snelweg vloeit. Het bijbehorende bos wordt gevormd door twee geurboompjes. Wat ons naa(l)dloos bij “Arbre Magique” brengt , het werk dat tijdens het Antwerp Gallery Weekend te zien was bij veilinghuis Bernaerts.

Karl Philips - Arbre Magique (2017)

Karl Philips – Arbre Magique (2017)

Karl Philips - Arbre Magique (2016)

Karl Philips – Arbre Magique (2016)

“Arbre Magique” toont de vorm van het bekende geurboompje, geslepen uit een gevonden verkeersbord. Het is meteen een mooie illustratie van Philips’ kunstpraktijk. De kunstenaar is een begenadigd tekenaar, maar waterfrezen is niet zijn specialiteit. Dus is hij niet te beroerd om het werk uit te besteden aan vaklui, die een duidelijke briefing meekregen: geen enkele plaatsnaam op het bord mocht herkenbaar in het kunstwerk te zien zijn, herkenbare namen zouden alleen maar afleiden van de kracht van het werk. En wat met een Vlaams verkeersbord werkt, werkt net zo goed met eentje uit Nederland.

Het is Karl Philips in deze overigens enkel om het iconische beeld van de geurboom te doen. Pas nadat hij het kunstwerk klaar had, ontdekte de sociaal geëngageerde kunstenaar dat de magische boompjes in een bepaalde jongerencultuur bijzonder in trek zijn. Diezelfde jongeren dwepen met youngtimers, auto’s uit de jaren 80 en 90 die nog niet bol staan van de digitale en technologische snufjes. Een hang naar beheersbare mechanica en zuivere techniek. Collecties van tientallen wonderboompjes, even divers qua geur als kleur, horen daarbij.

Inspiratie en bronnen: karlphilips.org, interview met Cathérine Ongenae

 

Kalashnikov – Pain Killers

Kunstenaar: Joanna Rajkowska (PL, °1968)

Kunstwerk: Kalashnikov – Pain Killers

Details: polyurethaanhars en vermalen pijnstillers (2018)

Gezien: In de stand van de Londense galerie L’étrangère tijdens Art Brussels 2018

Interessant omdat: Joanna Rajkowska haar tentoonstelling Painkillers bouwde op de ‘pijnparadox’: bedrijven die levensreddende technologieën en geneesmiddelen ontwikkelen, produceren vaak net zo goed geavanceerd oorlogstuig en biologische wapens.

Dat goedbedoelde uitvindingen ook voor minder nobele doeleinden gebruikt kunnen worden, is algemeen bekend. In de strijd tegen bioterrorisme heet zoiets eufemistisch “dual use”: het gegeven dat chemische of biologische innovaties die ontwikkeld werden om mensen te helpen, noodlottig kunnen zijn als ze in de verkeerde handen terechtkomen.

Painkillers (2018) - installatiezicht

Painkillers (2018) – installatiezicht

Met Painkillers maakt de Poolse kunstenares Joanna Rajkowska die dunne lijn tussen levensreddend en levensbedreigend op intrigerende wijze zichtbaar. Rajkowska toont een verzameling modern wapentuig op ware grootte – geweren, nachtkijkers, vizieren, granaten, kogels – dat ze vervaardigde uit polyurethaanhars waarin ze vermalen pijnstillers vermengde. Het idee voor de tentoonstelling groeide uit haar onderzoek naar een geval van biologische oorlogsvoering uit de 18deeeuw. Britse soldaten in Noord-Amerika hadden zwaar te lijden onder de herhaalde aanvallen van inheemse bevolkingsgroepen en probeerden hun weerstand te breken door dekens uit te delen die met pokken besmet waren. Daarom zien we tussen het wapentuig ook de hagelwitte replica van een deken.

Joanna Rajkowska - Blanket Infected with Smallpox

Joanna Rajkowska – Blanket Infected with Smallpox

In het verlengde van die research stootte Rajkowska op de pijnparadox. De lijst van bedrijven die zowel levensreddende als levensbedreigende producten lever(d)en is lang. Vooral Israelische, Britse en Amerikaanse ondernemingen blijken zowel farmaceutische als chemische stoffen te produceren of zetten hun geavanceerde technologische kennis ook in om oorlogswapens te ontwikkelen. Maar het voorbeeld van het Duitse Bayer spreekt het meest tot de verbeelding. Dit bedrijf schonk de wereld de aspirine, maar produceerde ook chloorgas en saringas. Haar ingenieurs ontwikkelden het veelgebruikte polyurethaanhars, maar net zo goed Zyklon B, dat ze patendeerden als een pesticide.

Joanna Rajkowska - Uzi (2014)

Joanna Rajkowska – Uzi (2014)

Dat contrast tussen pijn verzachten en pijn veroorzaken heeft Rajkowska treffend weten te vatten. Door wapens – en een Britse en een Amerikaanse vlag – te vervaardigen uit pijnstillers. Maar ook door de manier waarop ze haar exporuimte inrichtte: zwarte vloer, witte wanden, zwarte sokkels, spierwitte kunstwerken. We associëren oorlogswapens doorgaans met dood, bloed, modder, stof en chaos en dat staat in schril contrast met het smetteloze wit van Rajkowska’s wapentuig. In al hun klinische perfectie doen de werken zelfs wat dystopisch aan. Wat dat betreft, zouden ze mooi passen in de Slave City van Atelier van Lieshout.

Joanna Rajkowska - American Flag (2016)

Joanna Rajkowska – American Flag (2016)

Inspiratie en bronnen: website van de kunstenaresCentral and Eastern European London Review, Smallpox in the Blankets