Get Home

Kunstenaar: Charline Tyberghein (BE, °1993)

Kunstwerk: Get Home (2018)

Details: spraypaint op houten paneel, 100×128,5 cm

Gezien: op het European Masters Salon Painting 2018

Onderstaand stuk is een bewerking van mijn artikel dat in oktober 2020 in TheArtCouch Magazine verscheen.

Interessant omdat: Charline Tyberghein door de jury van het European Masters Salon Painting werd uitgeroepen tot beste jonge Europese schilder van 2018. Terwijl ze voor haar 18de nooit echt had geschilderd, en als kind eigenlijk advocaat wou worden. Het artistieke verhaal van Charline Tyberghein is er eentje van toeval, slimme keuzes en zelfkennis.

Charline Tyberghein - Cheque, please! (2018)

Charline Tyberghein – Cheque, please! (2018)

Het pad dat Charline gekozen heeft, is allerminst traditioneel te noemen. De jonge kunstenares werkt bij voorkeur met spraypaint of acrylverf, en gebruikt altijd houten panelen als drager. Omdat ze niet ‘in de verf’ werkt, ogen haar schilderijen vlak, maar dat lost ze op door te spelen met trompe-l’oeils en herkenbare symbolen. Die aparte stijl en werkwijze zijn eerder geboren uit noodzaak dan uit vrije wil. Ze zijn het resultaat van een zoektocht naar een manier van schilderen die bij haar past zoals een meeuw bij de zee. Charline Tyberghein: “Het kunstenaarschap is voor mij lange tijd geen ernstige optie geweest. Als kind was het mijn droom om advocaat te worden. Eerlijk gezegd weet ik niet precies meer waarom ik voor schilderkunst heb gekozen, ik had eigenlijk nog nooit echt geschilderd. In de eerste twee jaar van de academie had ik het vreselijk moeilijk, ik begreep niets van het schilderen. Om niet op te geven, moest ik een manier bedenken om mezelf tot rust te brengen. Ik begon toen grote tekeningen te maken met repetitieve patronen, waaronder bakstenen. Die ingeving kreeg ik toen ik een schilderij van Victor Vasarely zag waarin hij met een heel simpele techniek een heel schilderij liet bewegen. Toen ben ik beginnen te experimenteren met trompe-l’oeil. En pas op het eind van mijn derde bachelorjaar begon ik voorzichtig te beseffen dat het kunstenaarschap een heuse optie was. Ik schilder altijd op hout omdat ik er niet goed in slaag om doeken op te spannen en ik werk altijd met spraypaint of acrylverf, puur uit ongeduld. Omdat ik niet bezig ben met de toets in mijn werk, hoef ik geen olieverf te gebruiken. En dus hoef ik ook geen dagen te wachten tot de verf droog is.”

 

René Magritte - Perspectief II - Het balkon van Manet (1950)

René Magritte – Perspectief II – Het balkon van Manet (1950)

De inspiratie voor haar werk haalt Charline uit heel uiteenlopende bronnen: reclame, een raar huis, een verkeersbord, opart, maar net zo goed uit surrealistische kunst. Zelf zegt ze daarover: “Magritte (her)ontdekken was voor mij heel belangrijk, door zijn werk te observeren heb ik geleerd hoe je een schilderij in balans brengt. Maar ook hoe je een symbool betekenis geeft, of net niet. Neem nu zijn schilderij Perspectief II. Het balkon van Manet. In dat werk slaagt hij erin doodskisten in een niet-dramatische context weer te geven. De geschilderde situatie impliceert ook meteen een gezin, gezelligheid, er zit melancholie in, en humor. Allemaal in een behoorlijk eenvoudig schilderij. Die eenvoud probeer ik ook in mijn schilderijen te leggen. Instant leesbaarheid zonder écht leesbaar te zijn.”

Charline Tyberghein - Critter of comfort (2020)

Charline Tyberghein – Critter of comfort (2020)

Charline heeft dan ook niet de intentie om een heel concreet verhaal te vertellen, voor haar zit de schoonheid van de kunst eerder in de suggestie. Sommige van haar werken zijn weliswaar gebaseerd op heel concrete situaties uit haar leven, maar dat hoeft niemand te weten, gewoon omdat dat er niet toe doet. Het zijn oefeningen in het visueel uitdrukken van een gevoel, en dat spreekt de toeschouwers heel direct aan. Een sigaret, een wijnglas en een druppel zijn op zich niet noodzakelijk trieste of blije symbolen, maar gecombineerd roepen ze wel een gevoel van melancholie op. De symbolen die Charline schildert zijn bovendien vaak gebaseerd op pictogrammen. In de gewone wereld dienen ze om een boodschap op een rationele manier over te brengen, in de wereld van Charline Tyberghein krijgen ze er een emotionele lading bij.

Charline Tyberghein - Get Home (2018)

Charline Tyberghein – Get Home (2018)

Get Home, haar gelauwerde schilderij uit 2018, kunnen we nu, ruim twee jaar later, gerust een sleutelwerk in het oeuvre van Charline Tyberghein noemen: “Ik heb het gemaakt in mijn masterjaar op de academie, op een moment dat ik wat was vastgelopen in de verf. Ik had moeite om ademruimte en schaduw in een schilderij te krijgen, dus begon ik met spuitbussen te experimenteren. Het is zeker niet (meer) representatief voor mijn hele kunstpraktijk. In die tijd werkte ik de ene keer met acrylverf en dan weer met spuitbussen. Om beide technieken onder de knie te krijgen, hield ik ze netjes gescheiden. Na een tijd heb ik de spuitbus door een airbrush vervangen en daar viel veel fijner mee te werken. Hoe beter ik de technieken ging beheersen, hoe comfortabeler het ook voelde om beide samen te voegen. Get home is een schilderij over afscheid, over de laatste seconde voor iemand weggaat. De eerste titel was Get home safe, maar daarmee gaf ik de toeschouwer al te veel duiding, vond ik. Het is ook het eerste schilderij dat ik maakte dat relatief snel af was. Op de academie werd impliciet meegegeven dat er op een schilderij gezweet en gezwoegd moet worden. Daardoor voelde het lui en fout aan om een werk snel klaar te hebben, alsof het dan niet echt was. Dankzij schilderijen als Get Home kan ik uit dat rigide denkpatroon stappen.”

Charline Tyberghein - As far as my feet can carry me (2020)

Charline Tyberghein – As far as my feet can carry me (2020)

In enkele jaren tijd ontwikkelde Charline Tyberghein een heel eigen en herkenbare stijl. De techniek mag dan veranderd zijn, recenter werk toont dat het arsenaal aan symbolen beperkt blijft tot lichaamsdelen (handen en voeten), alledaagse gebruiksvoorwerpen (messen en vorken) en genotsmiddelen (wijn en sigaretten): “Ik heb een vaste catalogus van symbolen die ik op tijd en stond probeer uit te breiden, maar nooit te snel. Ik leg mezelf een beperkt alfabet op om na te gaan hoeveel verschillende opstellingen ik daarmee kan maken. De betekenis van de symbolen was in het begin heel concreet, maar daarmee duwde ik mezelf in een te narratief hoekje. Waardoor er minder ruimte bleef voor verrassingen. Ik probeer ze nu meer als clusters te zien, de betekenis van een symbool verandert per opstelling, het gaat over de onderlinge relaties. In plaats van ze als woorden of letters te zien, zie ik de symbolen nu eerder als spelers.”

Op 14 maart opent ‘Affiniteiten#3’ in LLS Paleis, een groepstentoonstelling waarvoor Stella Lohaus twee kunstenaarskoppels uitnodigt om hun werk te tonen. Tot 25 april is de kunst van Charline Tyberghein en Dennis Tyfus er te zien naast het werk van Elly Strik en Koen Theys. Meer informatie vind je via deze link.

Inspiratie en bronnen: Catalogus European Masters Salon Painting 2018, Gallery Sofie van de Velde

Wheel of Fortune

Kunstenaar: Maarten Vanden Eynde (BE, °1977)

Kunstwerk: Wheel of Fortune (2015)

Details: Acryl en inkt op hardboard

Gezien: in Mu.Zee, Oostende

Onderstaand stuk is een bewerking van mijn artikel dat in oktober 2020 in TheArtCouch Magazine verscheen.

Interessant omdat: Maarten Vanden Eynde als geen ander de brug slaat tussen kunst en wetenschap. Die twee disciplines kunnen mijlenver uit elkaar liggen, maar kunstenaars als Vanden Eynde focussen op de overeenkomsten, niet op de verschillen.  ‘Wetenschappen hebben me altijd al gefascineerd,’ zegt hij daar zelf over. ‘Zoölogie, biologie, archeologie en technologie boeien me enorm. Gesprekken met wetenschappers en onderzoekers vormen een onuitputtelijke bron van inspiratie voor mijn kunstpraktijk. Ik ga graag gezamenlijke projecten met wetenschappers aan en dan blijkt telkens weer dat ons traject heel lang parallel loopt. Alleen publiceren zij op het eind doorgaans een paper of boek en maak ik een kunstwerk of een tentoonstelling.’

Net als in de wetenschap ligt onderzoek aan de basis van Vanden Eyndes werk. Zijn oeuvre vormt een archeologie van de toekomst en brengt onze evolutionaire sporen in kaart. Hoe zullen de mensen van morgen naar ons tijdvak kijken, wat zal er van onze tijd overblijven? Dat is de vraag die hem drijft.

Maarten Vanden Eynde - Technofossil 2 (Samsung E570)
Maarten Vanden Eynde – Technofossil 2 (Samsung E570)

Triangular Trade

De reeks ‘Technofossils’ maakt deel uit van het artistieke onderzoeksproject Triangular Trade, een verwijzing naar de lucratieve handel in goederen en mensen tussen Europa en Amerika, met Afrika als derde, lijdende partner. Eeuwenlang draaide die driehoekshandel rond slaven, vandaag heeft de geïndustrialiseerde wereld het op de Afrikaanse bodemschatten gemunt. Koper is zo’n felbegeerde grondstof en net daarom zijn de ‘Technofossils’ uit malachiet gehouwen, een koper-carbonaat. Het uitgangspunt voor deze reeks is de idee dat de afgedankte technogadgets van vandaag na verloop van tijd deel zullen gaan uitmaken van de geologische laag van ons tijdperk. Om over duizenden jaren misschien als fossielen te worden opgegraven.

Post-industrialisme, kapitalisme en ecologie, dat zijn de overkoepelende onderzoeksthema’s in Vanden Eyndes werk. Ze getuigen onmiskenbaar van een bijdetijdse maatschappijkritische blik. Die blik werd gaandeweg scherper, niet in het minst door enkele langere verblijven in Congo en samenwerkingen met Congolese kunstenaars. ‘De zoektocht naar de oorsprong van cruciale grondstoffen bracht me telkens weer naar Congo’, vertelde de kunstenaar me. ‘Dat land speelt een centrale rol in de industriële en technologische vooruitgang die we de afgelopen 150 jaar gekend hebben, zonder daar ooit erkenning voor te hebben gekregen. Als vanzelf kwam ik zo bij het koloniale verleden terecht en gingen sociale thema’s een steeds explicietere rol spelen in mijn werk.’

Maarten Vanden Eynde-Wheel of Fortune (c) Steven Decroos
Maarten Vanden Eynde-Wheel of Fortune (c) Steven Decroos

‘Wheel of Fortune’ is daar een mooi voorbeeld van. Het is een samenwerking met de Congolese schilder Musasa en toont zeven natuurlijke rijkdommen die uit de Congolese bodem gehaald worden en dan zo snel mogelijk het land worden uitgesluisd. Stuk voor stuk spelen die grondstoffen een hoofdrol in de vooruitgang van de Westerse wereld: uranium (kernenergie), rubber (transport en  telecommunicatie), hout (bouw- en meubelindustrie), ivoor (elektrische isolatoren en muziekinstrumenten), koper (elektronica), diamant (juwelen, snijwerktuigen en wetenschappelijke instrumenten), en edele metalen en mineralen voor de IT-sector. De inspiratie voor het werk zijn de educatieve schilderijtjes die in Congo gebruikt worden om boodschappen te verspreiden rond hygiëne, preventie en recyclage van materialen, of om producten aan te prijzen in straatwinkeltjes.

Maarten Vanden Eynde - Cornutopia (c) Philippe de Gobert
Maarten Vanden Eynde – Cornutopia (c) Philippe de Gobert

Over ivoor gesproken… begin 20ste eeuw was de vraag naar slagtanden zo sterk gestegen dat de voorraad in Congo stilaan uitgeput raakte. Een alternatief drong zich op. Laat het nu net een Belgische chemicus zijn die in 1907 de eerste kunststof uitvond. Het bakeliet van Leo Baekeland was de toekomst. Het loste het tekort aan ivoor op en vergemakkelijkte de industriële revolutie, als eerste massaal produceerbare kunststof. Telefoons, radio’s, keukengerei, juwelen, speelgoed en zelfs vuurwapens rolden van de lopende band. Een nieuwe hoorn des overvloeds was ontdekt. De 15 bakelieten platen van ‘Cornutopia’ geven de omtrek van een olifantstand weer. Ze lijsten als het ware de leegte in, waardoor een mal ontstaat van wat ooit was.

Bakeliet luidde het tijdperk van de plastics in. Intussen weten we welke dramatische gevolgen plastics voor onze leefomgeving hebben. ‘Dat is een impliciete boodschap in mijn werk’, zegt Maarten Vanden Eynde. ‘Veelbelovende uitvindingen worden op grote schaal toegepast zonder dat we de gevolgen op lange termijn kennen. Een van de meest onderzochte oplossingen om de plastic soep aan te pakken, is het inzetten van plastic-etende bacteriën. Maar je kan er gif op innemen dat dat vroeg of laat toch weer fout loopt. We mogen niet opnieuw blind het ravijn inlopen.’

Enough Room for Space

In 2005 richtte Maarten Vanden Eynde, samen met Marjolijn Dijkman, “Enough Room for Space” op, een interdisciplinair kunstinitiatief dat wereldwijd evenementen, residenties, onderzoeksprojecten en tentoonstellingen initieert en coördineert. Triangular Trade is zo’n onderzoeksproject dat binnen “Enough Room for Space” werd opgezet en steeds nieuwe inzichten en denkpistes oplevert. Sterker nog, uit Triangular Trade is sinds kort On-Trade-Off gegroeid, een nieuw project dat helemaal gewijd is aan de ecologische impact van de winning en verwerking van lithium, de belangrijkste grondstof voor de wereldwijde productie van ‘groene energie’. Z33 in Hasselt en Framer Framed in Amsterdam plannen alvast overzichtstentoonstellingen rond de werken die voortkomen uit On-Trade-Off in 2022.

Marjolijn Dijkman - LUNÄ
Marjolijn Dijkman – LUNÄ

Sinds 2011 brengen de kunstenaars van Enough Room for Space kritische denkers bij elkaar om te debatteren rond uiteenlopende wetenschappelijke en maatschappelijke thema’s. De tafel, een kunstwerk van Marjolijn Dijkman, waarrond de gesprekspartners verzameld worden is altijd hetzelfde, eenvoudig ogende exemplaar, LUNÄ genaamd. Het is een replica van de tafel waarrond de leden van de Lunar Society in het 18-eeuwse Birmingham bij elkaar kwamen. Die invloedrijke wetenschappers en industriëlen worden de vaders van de industriële revolutie genoemd en staan symbool voor optimisme en vooruitgang.

LUNÄ Talks is intussen uitgegroeid tot een tool, een methodologie om mensen met verschillende achtergronden bij elkaar te brengen en een topic grondig uit te diepen. De installatie reist de wereld rond en waar ze neerstrijkt, vormt ze de setting voor lokale debatten en discussies. Waaruit vaak ook weer nieuwe onderzoeksprojecten of samenwerkingen ontstaan. Enough Room for Space is een boom met heel veel takken.

Digging up the future

In januari 2021 verschijnt de monografie ‘Digging up the Future’, een overzicht van Vanden Eyndes oeuvre van de voorbije twintig jaar. Het boek is opgebouwd als een alternatieve encyclopedie van de geschiedenis van de mensheid, die onze invloed op onze planeet onderzoekt. Voor de bijbehorende retrospectieve tentoonstelling moet je in Mu.ZEE (juni 2021) en La Kunsthalle Mulhouse (juni 2022) zijn.

Inspiratie en bronnen: www.maartenvandeneynde.com, Enough Room for Space

The Lamentation of Christ

Kunstenaar: Jesse van Dun (NL)

Kunstwerk: The Lamentation of Christ

Details: olieverf op doek, 250x300cm (2020)

Gezien: tijdens Masters Expo 2020, Koninklijke Academie voor Schone Kunsten Antwerpen

Interessant omdat: Jesse van Dun een buitenbeentje was op de Masters Expo 2020, waar 80 studenten van de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen hun afstudeerwerken toonden. Tussen al het abstracte schilderwerk viel zijn uitgesproken figuratieve werk meteen op. Bovendien gaat hij de confrontatie met de kunsthistorie frontaal aan door oeroude thema’s uit de christelijke kunst in een eigentijds jasje te stoppen.

Ik geef Jesse van Dun een medaille voor moed, omdat hij zich anno 2020 aan een bewening en een kruisiging van christus waagt. Door met de christelijke symboliek aan de slag te gaan, schrijft hij zich in een heel lange traditie in, een traditie bovendien die een aantal van de meest iconische werken uit de schilderkunst heeft voortgebracht. Dat is zonder meer een gedurfde keuze. Wat de dringende vraagt oproept: hoe komt een jonge kunstenaar op het spoor van de klassieken terecht?

Jesse van Dun - The Crucifixion of Christ (2020)
Jesse van Dun – The Crucifixion of Christ (2020)

Jesse van Dun is opgegroeid in een katholiek gezin uit Thorn, een gemeente net over de grens, tussen Maaseik en Roermond. Als gelovige christen kwam Jesse als vanzelf bij de klassieke thema’s uit. Hij is ervan overtuigd dat de verhalen uit het Oude en het Nieuwe Testament verborgen waarheden bevatten die in onze moderne maatschappijen vervaagd zijn of verloren zijn gegaan. En dus ging hij op zoek naar een manier om duidelijke verhalen te vertellen via de schilderkunst.

Een reis naar Rusland en avondje opera brachten de nodige inspiratie. Tijdens een opvoering van ‘Mazeppa’ kreeg Jesse het idee om theater op doek te creëren. Zelf zegt hij: “De dynamiek van de opera intrigeerde me enorm en ik vroeg me af of ik die kon vertalen naar de schilderkunst. Toevallig was mijn promotor Pieter Mathyssen op dat moment onderzoek aan het doen naar de manier waarop Jean Auguste Dominique Ingres zijn schilderijen ontwierp. En daaruit bleek dat neoklassieke schilders sterk verbonden waren met de podiumkunsten van hun tijd. De manier waarop Ingres zijn schilderijen ontwierp, was heel waarschijnlijk sterk beïnvloed door de manier waarop een opera- of toneelregisseur zijn voorstellingen vormgaf. Niet veel later, bij het zien van een tentoonstelling over Caravaggio en Bernini in Amsterdam, werd het mij duidelijk dat niet alleen de 19de-eeuwers hier al mee bezig waren, maar ook de kunstenaars in de barok. Bernini was niet alleen beeldhouwer, maar ook acteur, regisseur en decorontwerper.”

Crucifixion of Christ is alvast even monumentaal (200x300cm) als een kruisiging uit de barok. Het clair-obscur doet de drie figuren en de voorgrond dramatisch oplichten tegen de zwarte nacht. De lichtbron zit links buiten het doek en zorgt voor onheilspellende schaduwpartijen, die onwillekeurig aan De Chirico doen denken.

Jesse van Dun - The Lamentation (2020)
Jesse van Dun – The Lamentation (2020)

Datzelfde spel met licht en donker zien we in The Lamentation, waar twee hoofdrolspelers worden uitgelicht: het lichaam van christus en Jozef van Arimathéa, de man in de blauwe mantel, die het lijkwaad in zijn handen houdt. Dit werk is een mooie illustratie van Jesses zoektocht naar een narratieve vormentaal. “The Lamentation is voor mij een spel met de compositie,” aldus de kunstenaar. “Het werk is nog niet af, ik ben nog aan het ordenen. De figuren en de scène moeten in elkaar overgaan en één geheel vormen, en dat is een ingewikkeld proces. Een bijkomende uitdaging is om de eeuwenoude religieuze symboliek te vatten in beelden van vandaag, zodat de verhalen weer relevant kunnen zijn voor onze hedendaagse realiteit. De iconografische betekenis van de kleuren neem ik daarbij over: de blauwe kleur van het kleed van Jozef staat voor goddelijkheid en onschuld, en het gele gewaad van de anonieme figuur op de voorgrond kan opgevat worden als verraad of afgunst.”

Rechts in de achtergrond biedt een uitsparing in de muur een zicht op de Calvarieberg. Een techniek die doet denken aan de Vlaamse Primitieven, die vaak een blik op de achterliggende omgeving boden door een venster of een muuropening. Met de drie kruisen op de achtergrond verwijst de kunstenaar naar de gebeurtenis die zich voor de bewening heeft afgespeeld, én naar zijn andere schilderij, Crucifixion of Christ. In de rechterbovenhoek kijken twee putti toe, geen mollige kinderfiguurtjes zoals gebruikelijk, maar twee gewone jongens die naar christus wijzen. En zo leiden ze de blik van de toeschouwer weer naar het onderwerp.

Inspiratie en bronnen: website van de kunstenaar

Noé Soulier – Fantômes

Kunstenaar: Noé Soulier (°1987, FR)

Kunstwerk: Fantômes

Details: serie van tien installaties, variabele afmetingen, 2019-2020

Gezien: In Z33, het Huis voor Actuele Kunst, Design en Architectuur in Hasselt

Interessant omdat: Noé Soulier geen kunstenaar is in de traditionele zin van het woord. Hij is danser en choreograaf, behaalde een master filosofie aan de Sorbonne in Parijs, en is vooral bekend voor zijn performances die een mix zijn van spoken word en dans. Het raakvlak van gesproken taal en lichaamstaal, dat is zijn onderzoeksveld.

Een tastbaar oeuvre heeft Soulier dus nauwelijks. ‘Fantômes’ is een zeldzame uitzondering. De titel van de reeks verwijst naar de dummies die musea gebruiken om de plaatsing van dure kunstwerken voor te bereiden zodat de echte objecten veilig hun beurt kunnen afwachten. Kleur en textuur hebben bij dummies geen enkel belang, alleen de vorm telt. Die moet het volume van de echte werken zo dicht mogelijk benaderen om hun ruimtelijke impact te kunnen inschatten.

Voor de tentoonstelling in Z33 maakte Soulier dummies van tien kunstwerken uit de collectie van het S.M.A.K. in Gent. Echte dummies zijn geen kunstwerken, maar de ‘Fantômes’ worden wel als kunstwerk voorgesteld. Dat levert hen een vreemde, hybride status op, tussen kunstwerk en gebruiksvoorwerp. En daar is het ‘m de kunstenaar om te doen. Met dit werk zoekt hij de grenzen van de kunst op en maakt hij duidelijk hoe relatief ‘kunst’ wel is. Het volstaat immers om een object als kunst te behandelen om er kunst van te maken. Conventies, en hoe relatief ze zijn. Overigens liet Soulier de kans niet liggen om ook hier een performance van te maken. De installatie van de dummies liet hij uitvoeren door dansers, die de ‘kunstwerken’ met theatrale gebaren positioneerden, verplaatsten en vastschroefden.

Niet dat ik Noé Soulier in het hokje van de minimal art wil duwen, maar ik vind de parallellen tussen zijn ‘Fantômes’ en het werk van Robert Ryman (1930-2019) te mooi om te laten liggen. Ryman vond dat vorm en kleur de essentie van schilderkunst alleen maar in de weg stonden en had genoeg aan één vorm (het vierkant) en één kleur (wit) om een rijk oeuvre bij elkaar te schilderen.

Die witte kleur is een eerste overeenkomst met de ‘Fantômes’, maar Ryman toont mooi aan dat het ene wit het andere niet is. Hij was gefascineerd door de vele soorten wit die hij kon creëren door te spelen met pigmenten en verdunners, maar ook door op steeds weer andere dragers te schilderen, van aluminium tot vinyl. Voor ‘Untitled 1961’ gebruikte hij olieverf op linnen doek, ‘The General’ bestaat uit lakverf op katoen en ‘Attendant’ is een glasvezelplaat die de kunstenaar met olieverf beschilderde. Het aluminium ophangsysteem is deel van het kunstwerk, maar dat laat hij onbeschilderd, als om het te accentueren.

Toen hij ‘Attendant’ voor het eerst in een expo toonde, liet hij het zo hoog ophangen dat de onderrand van het werk op ooghoogte hing. Op die manier kregen de schroeven in beide onderhoeken alle aandacht, alsof hij het ophangsysteem tot kunst uitriep. Net als Noé Soulier vond Ryman het ‘hoe’ van een kunstwerk immers belangrijker dan het ‘wat’. Wat Soulier met zijn dansperformance bereikte (het plaatsingsproces in de kijker zetten) bereikte Ryman door te variëren met ophangsystemen. Daar is zijn ‘Pace’, een horizontaal schilderij, het ultieme voorbeeld van.

Robert Ryman - Pace (1984)
Robert Ryman – Pace (1984)

De ‘Fantômes’ van Noé Soulier maken deel uit van de expo ‘The Time of Work’ en zijn tot 29 augustus 2020 te bekijken in Z33 in Hasselt.

Inspiratie en bronnen: website van Noé Soulier, website van het Moma, Z33

Marine

Kunstenaar: Marco De Sanctis (°1983, IT)

Kunstwerk: Marine

Details: gerestaureerd en gekrast schilderij, 75 x 125 cm (2020)

Gezien: bij Dauwens & Beernaert tijdens Art Rotterdam

Gesprek: op 22 maart 2020 via Skype

Interessant omdat: Marco De Sanctis zichzelf een beeldend archeoloog noemt. Zijn werk zit vol kunsthistorische verwijzingen, al helemaal als hij een eeuwenoud schilderij ter hand neemt en dat volgens zijn heel eigen concept bewerkt.  

Vraag Marco De Sanctis wat voor kunstenaar hij is, en het antwoord is alvast geen klassiek ‘schilder’ of ‘beeldhouwer’ of ‘graveur’. Wat hij dan wel is? Een beetje van dat allemaal. De Italiaanse Brusselaar is van vele markten thuis en maakt er een punt van om regelmatig van stijl, materiaal en techniek te wisselen. Voor hem telt immers niet zozeer het uiteindelijke beeld, maar wel de weg daar naartoe, het creatieve proces an sich. En zijn vertrekpunt is altijd een (fragment) van een bestaand beeld, dat hij herinterpreteert en een nieuwe betekenis geeft. “Geen enkele kunstenaar vindt iets nieuws uit,” geeft De Sanctis toe. “We kunnen alleen met bestaande beelden werken en ze ons eigen maken.”

De Sanctis bleef in Brussel hangen na een Erasmusjaar aan Sint-Lucas en een studie aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten. In Italië had hij al een opleiding schilderkunst en grafische technieken gevolgd, in België bekwaamde hij zich in beeldhouwen, gravures en restauratietechnieken. Maar Marco De Sanctis is niet alleen een geschoold vakman, hij is ook een volhouder. En die laatste eigenschap leidde tot ‘Refused Projects’, een reeks intrigerende kunstwerken die zijn kunstpraktijk perfect illustreert:

De Italiaanse kunstenaar was al langer gefascineerd door wandtapijten. Hij ziet ze als het toppunt van vakmanschap met een lange, kunsthistorische traditie, als objecten die tussen kunst en decoratie vallen. Toen TAMAT, het centrum voor de textielkunsten in Doornik, een oproep lanceerde voor een artist in residence, aarzelde De Sanctis geen moment. Hij legde zijn goed onderbouwde dossier bij de directie neer en… werd afgewezen. Dat was in 2010. Hetzelfde gebeurde in 2011, 2012 en 2013. De afwijzingsbrieven inspireerden hem tot ‘Refused Projects’. De kunstenaar gaf de brieven een nieuwe functie als kunstwerk door ze te voorzien van patronen die typisch zijn voor de weefkunst. Dat leverde een serie hyperreferentiële werken op: de verwijzing naar de wandtapijtkunst is evident, we zien ook een knipoog naar het functioneren van de kunstwereld in het algemeen en de museumwereld in het bijzonder, en de vorm heeft iets epistolairs. Interessant detail: elk jaar opnieuw stuurde De Sanctis een bewerkte afwijzingsbrief als motivatiebrief naar TAMAT. In 2016 werd hij er dan toch artist in residence.

Alles is referentie, alles heeft betekenis. Ook materialen. Voor zijn gravures kiest Marco De Sanctis voor koper als hij zijn werk een spiritueel-religieuze toets wil geven, brons en zink zijn streng-militaristisch, en marmer staat voor de verfijnde beeldhouwkunst uit de Oudheid en de renaissance, niet toevallig twee periodes die de iconische kunsthistorische beelden opleverden waarmee De Sanctis vandaag graag aan de slag gaat. In België verving De Sanctis het Italiaanse marmer door blauwe hardsteen. Niet gek, want in de middeleeuwen al waren de producten uit de hardsteengroeven in Henegouwen in heel Europa gegeerd. Wat dit gesteente extra interessant maakt voor De Sanctis: wie goed kijkt, ziet nog duidelijk de kalkskeletten van de zeediertjes waaruit dit materiaal gevormd is. Archeologie, in de letterlijke betekenis deze keer.

Die blauwe hardsteen gebruikte de kunstenaar (onder meer) voor zijn werk ‘To Share’. Zoals gewoonlijk ging hij aan de slag met een detail van een historisch meesterwerk, in dit geval de “Val van Phaëton”, een 16de-eeuwse gravure van Hendrick Goltzius. Wat volgt is een proces dat vragen oproept rond authenticiteit, rond de waarde van imitaties, replica’s en kopieën. Het werk van Goltzius is immers een persoonlijke interpretatie van een scène uit de Griekse mythologie, De Sanctis maakt een eigen beeld van Goltzius’ interpretatie, en van dat beeld kunnen toeschouwers dan weer zelf een kopie maken met een vel papier en een staafje grafiet. De Sanctis: “Op die manier maakt de toeschouwer een heel eigen tekening, een soort negatief. Dat gegeven, het feit dat je het kunstwerk zelf kan meenemen, vind ik uitermate boeiend. Het is tegelijk de essentie van de kunstgeschiedenis: niets is origineel.’

Marco De Sanctis - Marine #14 (2017)
Marco De Sanctis – Marine #14 (2017)

Voor zijn reeks ‘Marines’ werkte De Sanctis recent een nieuw format uit, eentje waarin zijn expertise in restauratietechnieken een hoofdrol speelt. Bij Brusselse antiekhandelaren ging hij op zoek naar 18de- en 19de-eeuwse zeegezichten die vervolgens het onderwerp werden van een spelletje deconstructie-reconstructie. Bij elk schilderij kiest de kunstenaar een fragment of een paar details die hij bewaart. De rest krast hij zorgvuldig weg, tot op het bruine canvas. Wat overblijft, knapt hij volgens de regels van het vak weer op. Stof, vergeelde vernislagen en verkleurde verflagen worden weggehaald en vervangen door nieuwe, met het volste respect voor de originele afbeelding. En dan voegt hij soms, niet altijd, nog een element toe, een schip, een vogel, een golfslag die niet in het oorspronkelijke werk zat. Dat is zijn manier om zich iemands beeld eigen te maken. Tegelijk presenteert De Sanctis zich hier als conservator, hij redt de afgedankte schilderijen van de vergetelheid en geeft ze een nieuwe toekomst.

Marco De Sanctis - Marine (2020)
Marco De Sanctis – Marine (2020)

De marine die ik als onderwerp van deze blog koos, valt op door de symmetrie waarmee de horizon zee en ‘lucht’ verdeelt. De zeepartij heeft haar groen-grijze kleurenpracht teruggekregen, de eenzame meeuw heeft de kunstenaar er misschien zelf bij geschilderd. En links onderaan staat nog de handtekening van de oorspronkelijke schilder, de m/v wiens werk een tweede leven krijgt. Marco De Sanctis: “Op die manier wil ik eer betuigen aan de schilder die het zeegezicht zovele jaren geleden – en wellicht met grote verwachten – op doek heeft gezet. Ik wil ook niet de indruk wekken dat ik dit werk zelf heb geschilderd. Mij is het ‘m om de interpretatie van het beeld te doen, het onderzoek naar de rol van context, van referenties, voor het lezen van een beeld.”

Als COVID-19 het toelaat, krijgt Marco De Sanctis in september een solotentoonstelling bij de Brusselse  galerie Dauwens & Beernaert.

Inspiratie en bronnen: website van de kunstenaar, Dauwens & Beernaert, Margo Vansynghel in De Tijd

Alte Schule, 3. Klasse

Kunstenaar: Evol (°1972, Heilbronn, DE)

Kunstwerk: Alte Schule, 3. Klasse

Details: Spray paint op karton, 109 x 86 x 10 cm (2020)

Gezien: tijdens Art Rotterdam, 8 februari 2020

Interessant omdat: de naam EVOL aan een beginnende evolutie doet denken en een anagram van LOVE is. Maar bovenal is EVOL het alias van de Duitse straatkunstenaar Tore Rinkveld. De straten van Berlijn zijn zijn werkterrein, en elektriciteitskasten, plantenbakken en ander (rechthoekig) straatmeubilair vormen zijn canvas.

Evol - street art
Evol – street art

De kunstenaar is gefascineerd door de socialistische architectuur van het voormalige Oost-Duitsland met haar brutale, monumentale aantrekkingskracht. Onder zijn hand, en met behulp van stencils en spuitbussen, veranderen grauwe elektriciteitskasten in woonblokken met satellietschotels, gesloten gordijnen, balkons en vensterbanken die zo realistisch zijn dat ze echt bewoond lijken. Er zit overigens ook een maatschappelijk kantje aan EVOLs kunst: in de oude DDR-blokken wonen vooral mensen die onderaan de sociale ladder staan, met zijn kunst richt Tore Rinkveld de schijnwerper even op hun wereld.

Evol - Stenciled Cities
Evol – Stenciled Cities

Kunst in de openbare ruimte ondergaat noodgedwongen de effecten van weer en wind, en die van de medemens. De gestencilde gebouwen van EVOL veranderen daardoor met de tijd. En soms worden ze het slachtoffer van graffiteurs, net als echte gebouwen.

EVOLs buitenwerk is uitgekiend en herkenbaar, maar niet verkoopbaar. Gelukkig maakt de Duitse kunstenaar ook studiowerk, dat op een slimme manier zijn straatkunst naar de galerie vertaalt en door het Franse online kunstplatform Un-Spaced – met showroom in Parijs – wordt verdeeld.

Evol - Kurze Werbepause (2020)
Evol – Kurze Werbepause (2020)

Het thema van afgedankt en ongewenst trekt hij in zijn studiowerk door door gebouwen op gebruikte kartonnen dozen te schilderen. Die straatbeelden zijn overigens geen composities, ze bestaan echt. Uit de honderden foto’s die hij van Berlijnse straten maakt, kiest EVOL de meest sprekende beelden. Die zet hij digitaal om, print ze op posterpapier en snijdt ze uit tot het gewenste sjabloon.

Evol - Alte Schule, 3. Klasse (2020)
Evol – Alte Schule, 3. Klasse (2020)

‘Alte Schule, 3. Klasse’ toont mooi aan hoe het afgedankte karton voor een rijk patina zorgt. De kleur doet denken aan de vervaagde gevels van afgeleefde gebouwen. Restanten van adresstickers, tape en andere kleine details op het materiaal maken integraal deel uit van het kunstwerk en staan symbool voor het vuile, het rafelige van de stad. De graffiti in de gaanderij versterkt dat grimmige gevoel nog. Maar ook al evoceert EVOL een morsige, stedelijke omgeving, zijn versie van de stad is charmant en benaderbaar.

Evol - Cloudy Day (2020)
Evol – Cloudy Day (2020)

Inspiratie en bronnen: website van de kunstenaar, website van het Parijse kunstplatform Un-Spaced

No Man’s Land I

Kunstenaar: Quinten Ingelaere (°1985, Gent)

Kunstwerk: No Man’s Land I

Details: olieverf op doek op paneel, 122x22cm (2019-2020)

Gezien: in Dauwens & Beernaert Gallery

Expo: de expositie ‘No Pain No Gain’ loopt tot 29 februari 2020

Gesprek: 1 februari 2020, Café Bebo

Interessant omdat: Quinten Ingelaere als geen ander vakmanschap weet te koppelen aan kunstzinnige creativiteit. Hij is gefascineerd door de Oude Meesters en legde zich toe op eeuwenoude schilderstechnieken. Tegelijk geeft hij het begrip ‘stilleven’ een heel eigen en eigentijdse invulling.

Quinten Ingelaere - No Title (2015)
Quinten Ingelaere – No Title (2015)

Tempera, marouflage, tonale kleuropbouw… in een gesprek met Quinten Ingelaere vallen de technische termen als herfstbladeren van een boom. Meesterschap is de basis van zijn kunstpraktijk. Verf mengen, panelen schaven, doeken prepareren… Ingelaere vindt rust in de handeling. Die rust loopt door in de schilderijen die de Gentse Antwerpenaar maakt. De stillevens van de enkele jaren terug zijn intussen geëvolueerd naar stemmige landschappen, altijd in een stijl die zweeft tussen barok en romantiek. “In die traditionele genretaferelen vond ik een prima manier om beelden te ordenen,’ zegt Quinten Ingelaere zelf. “Ik kijk naar objecten en onderzoek hun beeldende mogelijkheden. In die zin kun je mijn landschappen als een soort podium zien, een ruimte waarin ik kan experimenteren met voorwerpen.”

Quinten Ingelaere-Born under a Bad Sign I (2019)
Quinten Ingelaere-Born under a Bad Sign I (2019)

In het landschap van ‘Born under a Bad Sign I’ plantte Ingelaere een aantal intrigerende houten structuren die in een wat spookachtig schijnsel worden uitgelicht. De takken en twijgen lijken letters te vormen, maar het alfabet is ons niet bekend en de betekenis blijft voor ons, toeschouwers, vooralsnog geheim. Het geeft het beeld een zweem van mystiek, we lijken te kijken naar de restanten van een verloren cultuur.

Quinten-Ingelaere-Res-Derelicta (2019)
Quinten Ingelaere – Res Derelicta (2019)

Diezelfde elementen vinden we terug in de meeste van Ingelaeres landschappen. Dat maakt zijn werk herkenbaar en de verschillen extra boeiend. In ‘Res Derelicta’ maakt de woeste wolkenpartij plaats voor verschillende rookpluimen. En die tarten de wetten van de fysica door als rechte lijnen samen te komen in één loodrechte pluim. De voorwerpen in Ingelaeres doeken nemen wel vaker een loopje met de werkelijkheid. Surrealisme dus, bovenop de romantiek en de barok.

Quinten Ingelaere - No Man's Land I (2019-2020)
Quinten Ingelaere – No Man’s Land I (2019-2020)

‘No Man’s Land I’ past perfect in het bovenstaande rijtje, maar springt eruit door zijn aparte vorm en de enorme luchtpartij. En die zijn ingegeven door de omstandigheden, zo blijkt. De lange, smalle plank bleef over nadat de kunstenaar een reeks panelen op maat gezaagd had. “Weggooien was geen optie”, zegt Ingelaere. “Integendeel, ik was erg benieuwd hoe die vorm mijn schilderij zou beïnvloeden. Dat de verhouding tussen lucht en land zo ongelijk is, komt dan weer doordat ik voor een ander werk aan het experimenteren was met blauw. In ‘No Man’s Land I’ zette ik dat experiment voort, er zitten vijf tinten blauw in. Die variatie én het feit dat ik slingerbewegingen, een reeks s-vormen, in de lucht stopte, zorgen ervoor dat het geheel toch elegantie en dynamiek uitstraalt.” Oh, en ook de dagtekening maakt dit werk extra bijzonder. De kunstenaar werkte het op oudejaarsavond af en dus is de datum officieel 2019-2020.

Tot slot nog even over de tonaliteit en de marouflage uit het begin van dit artikel. Quinten Ingelaere begint elk nieuw werk met het opzetten van een landschap in kleuren van dezelfde kleurfamilie. Die tonaliteit geeft het werk eenheid, en vormt de basis voor de rest van het beeld. Ingelaere verlijmt zijn doeken op houten panelen, een techniek die vandaag nog zelden gebruikt wordt maar die zijn werken een zekere robuustheid geven. Dat is ook nodig, want Ingelaere bewerkt en herwerkt bestaande schilderijen tot ze goed zitten. Soms tot vijf verflagen dik. De kunstenaar werkt immers snel en veel. Maar wat de toeschouwer uiteindelijk te zien krijgt, is een selectie en een synthese. Voor Quinten Ingelaere is schilderen dan ook een grotendeels mentale handeling, een oefening in kiezen.

Check ook het uitgebreide verslag van mijn gesprek met Quinten Ingelaere op theartcouch.be via deze link.

Dauwens & Beernaert Gallery viert zijn vijfjarig bestaan met ‘No Pain No Gain’, een tentoonstelling met het werk van 12 kunstenaars uit eigen stal. Tot 29 februari te bekijken in de galerij aan de Stalingradlaan 26 in Brussel. Meer info op hun website.

Punk Islam

Kunstenaar: Babi Badalov (°1959, Azerbeidzjan)

Kunstwerk: Punk Islam

Details: beschilderd textiel

Gesprek met de kunstenaar: op 27 november 2019 in La Verrière, ruimte voor hedendaagse kunst in Brussel

Expo: de tentoonstelling ‘Soul Mobilisation’ loopt tot 15 februari 2020 in La Verrière

Interessant omdat: Babi Badalov kunst maakt met woorden en schrifttekens die hij in zijn heel eigen stijl op lappen stof of gevonden voorwerpen schildert.

Het waarom van Badalovs kunstpraktijk valt prima te verklaren vanuit het bewogen zwerversbestaan dat de kunstenaar tot voor kort leed. Badalov werd in 1959 geboren in het zuiden van Azerbeidzjan, toen nog een Sovjetrepubliek. Zijn moedertaal is het Talysh, een kleine Iraanse taal die intussen als ‘kwetsbaar’ te boek staat en zwaar verdrukt wordt door het Azeri, de sociaal dominante taal in Azerbeidzjan. Midden jaren 80 ruilde Badalov de uitzichtloosheid van het leven in zijn thuisstad voor de bruisende kunstscene van Sint-Petersburg. Tot de houding ten aanzien van inwoners uit de zuidelijke Kaukasus er ronduit vijandig werd en Badalov opnieuw andere oorden moest opzoeken. Na omzwervingen in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk kwam de kunstenaar in Frankrijk terecht waar hij in 2011 politiek asiel kreeg.

Babi Badalov - installatiezicht Soul Mobilisation (2) © Isabelle Arthuis Fondation d’entreprise Hermès
Babi Badalov – installatiezicht Soul Mobilisation (2) © Isabelle Arthuis Fondation d’entreprise Hermès

Zijn nomadische bestaan bracht Badalov tot het inzicht dat “we niet door grenzen gescheiden worden, maar door de onlogische eigenaardigheden van taal”. In zijn pogingen om op latere leeftijd Frans te leren, botste hij onder meer op de absurditeit van de Franse spelling. Zo is het hem een raadsel waarom het woord ‘rendez-vous’ zoveel letters telt om maar een handvol klanken weer te geven. In zijn werk onderzoekt Badalov die talige eigenaardigheden op een speelse manier. Maar zijn speelwoorden gaan ook ergens over: nationalisme, culturele integratie, consumptie, gendergelijkheid, mondialisering… Dat maakt van zijn kunst een verhaal van outsiders, van insluiten en uitsluiten, van taalbarrières die communicatie moeilijk maar nooit onmogelijk maken.

Babi Badalov - installatiezicht Soul Mobilisation © Isabelle Arthuis Fondation d’entreprise Hermès
Babi Badalov – installatiezicht Soul Mobilisation © Isabelle Arthuis Fondation d’entreprise Hermès

Voor Badalov is schrijven tekenen. En omgekeerd. Letters lopen uit in sierlijke ornamenten. Taal is decoratie. Visuele dichtkunst, noemt hij zijn kunstvorm zelf. Of ‘collage poetry’. Of ‘punk orientalism’. Maar eigenlijk is Badalov een verhalenverteller die verslag doet van zijn eigen levensloop. Hij documenteert de maatschappij vanuit zijn eigen ervaringen. Getuige daarvan de indrukwekkende mural die hij voor zijn tentoonstelling in La Verrière maakte. Voor die enorme collage putte de kunstenaar uit zijn dagboeken, daarin doet hij op creatieve wijze verslag van zijn ervaringen. Losse ideeën, indrukken en gedachten combineert hij er met schetsen, knipsels of foto’s tot beeldrijke collages.

Babi Badalov - detail Soul Mobilisation (2) © Isabelle Arthuis Fondation d’entreprise Hermès
Babi Badalov – detail Soul Mobilisation (2) © Isabelle Arthuis Fondation d’entreprise Hermès

Een mooi onderdeel van diezelfde collage is het werk ‘Punk Islam’. Wat op het eerste gezicht een gewoon, beschilderd shirt lijkt, is eigenlijk een djellaba die de kunstenaar in twee stukken sneed. De witte djellaba was de verplichte dresscode op een huwelijk in Jordanië waarop Badalov uitgenodigd was. Het inspireerde hem tot een werk over traditie, religieuze voorschriften en de uitdagingen van hyperdiverse samenlevingen in Europa. De woorden ‘punk’ en ‘islam’ worden zelden samen in een zin gebruikt, maar bij Badalov kan het. In de schildering die hij op het kledingstuk aanbracht, herkennen we een bebaarde man. Terwijl afbeeldingen van Mohammed verboden zijn in de islam. Very punk indeed.

Inspiratie en bronnen: interview met de kunstenaar op moussemagazine.it

De expo ‘Soul Mobilisation’ van Babi Badalov is tot 15 februari 2020 te zien in La Verrière, Waterloolaan 50, Brussel. Gratis toegang van dinsdag tot zaterdag tussen 12u en 18u.

Babi Badalov - detail Soul Mobilisation (2) © Isabelle Arthuis Fondation d’entreprise Hermès
Babi Badalov – detail Soul Mobilisation (2) © Isabelle Arthuis Fondation d’entreprise Hermès

HIDDEN

Kunstenaar: Juan Arreaza (Colombia)

Kunstwerk: een werk uit de serie HIDDEN

Details: waterverf op papier (2019)

Gezien: in de stand van Galeria Adrian Ibanez tijdens Luxemburg Art Week

Interessant omdat: Juan Arrezea de inhoud en de vorm van zijn werk zo mooi laat samenvallen. De dragers die hij voor zijn schilderijen kiest, passen wonderwel bij de figuren die hij haarfijn en liefdevol borstelt.

De galerij die het werk van Juan Arreaza ‘in de markt zet’, ligt in het bergachtige buitengebied van de Colombiaanse hoofdstad Bogota. Ze gaat er prat op kunstenaars te brengen die niet de grootstad ‘bewerken’, maar wel de periferie in beeld brengen. Juan Arreaza past perfect in dat plaatje, met zijn afbeeldingen van venters en illegale marktkramers.

Juan Arreaza - Hidden 6 (2019)
Juan Arreaza – Hidden 6 (2019)

Wie de wereld door een economische bril bekijkt, zou Juan Arreaza een chroniqueur van de informele economie noemen. Zelf zegt hij dat hij ‘mensen schildert die er wel zijn, maar die niemand ziet.’ Dat doet hij op meesterlijke wijze, kleurrijk en teder. Niet op canvas maar op tekenpapier of houten panelen. En voor de HIDDEN-serie gebruikte hij alleen weggegooid papier. Proppen, snippers, gescheurde vellen,…  wat normaal gesproken in de papiermand belandt, is prima geschikt om er straatverkopers op af te beelden. Afgedankt papier voor de afgedankten der aarde.

Juan Arreaza, Hidden 4 (2019)
Juan Arreaza, Hidden 4 (2019)

Maar uit Arreaza’s portretten spreekt liefde. De kwetsbare lichtheid van de waterverf, de warme kleurenpracht, en vooral: het kleine formaat. De portretten in deze reeks zijn nooit groter dan een centimeter of drie. Daarmee haakt de kunstenaar in op de westerse traditie van de miniatuurportretkunst, een genre dat in de 16de eeuw ontstond en waarbij kleine portretten van dierbaren op een ivoren of koperen medaillon werden geschilderd. Juan Arreaza kent dus zijn klassieken.

Tot slot kom ik graag nog even terug op de dragers die de kunstenaar voor deze serie gebruikte. Afgedankt papier bestaat in vele vormen, maar af en toe voegt de staat van het papier zelfs betekenis toe aan het geschilderde portret. Bij Hidden 3 is de afgebeelde figuur letterlijk hidden onder het doorbuigende papier. Bij Hidden 1 vormt de scheur een horizon, die de scene opdeelt in lucht en land en waardoor het lijkt alsof de eenzame benzineverkoper door een withete woestijn rijdt, op weg naar de stad achter de einder. Een werk vol emotie en betekenis. En toch niet duurder dan €700.

Inspiratie en bronnen: website van Galeria Adrian Ibanez, website van de kunstenaar

Untitled (vouchers)

Kunstenaar: Gabriel Kuri (°1970, Mexico-Stad)

Kunstwerk: Untitled (vouchers)

Details: handgeweven wollen tapijten (2007)

Gezien: in WIELS, Centrum voor Hedendaagse Kunst, in Brussel

Interessant omdat: Gabriel Kuri schoonheid puurt uit compleet waardeloze wegwerpspullen. Verzamelen, sorteren, herschikken en tentoonstellen, dat is Kuri’s kunstpraktijk in een notendop. Het ongemeen boeiende resultaat daarvan is nu te zien in de expo ‘Sorted, Resorted’ in WIELS.

De Mexicaanse kunstenaar, die intussen 16 jaar in Brussel woont en werkt, toont er een vijftigtal werken, die eens niet chronologisch maar volgens het gebruikte materiaal werden geordend. Een interessant concept dat heel mooi de essentie (en volgehouden regelmaat) van Kuri’s oeuvre laat zien. De gebruikte categorieën komen niet toevallig sterk overeen met de categorieën die we zelf gebruiken om ons afval te sorteren: metaal, bouwmaterialen, plastic en papier.

Gabriel Kuri - Thank you hole RP01 (2014)
Gabriel Kuri – Thank you hole RP01 (2014)

Het werk Thank you hole RP01 situeert zich in de eerste categorie. Kuri heeft een zwak voor roestvrij staal, het materiaal waaruit hyperfunctionele voorwerpen als dienbladen, vuilnisbakken, urinoirs en handdrogers zijn gemaakt, objecten die vooral hygiënisch moeten zijn én bestand tegen veelvuldig gebruik. Thank you hole RP01 doet denken aan het deksel van een vuilnisbak in een zelfbedieningsrestaurant, inclusief de holle ‘thank you’-frase. Wordt de klant bedankt voor het afruimen of voor het consumeren?

Een andere verwijzing naar consumentisme en kapitalisme vinden we in de sectie ‘bouwmaterialen’. Daar liggen elf blokken composietbeton die samen het werk Developing Property Development vormen. De blokken roepen het beeld van gestolde lava op. En wel ja, er zitten artefacten in vervat, zij het van de goedkopere soort: plastic munthouders en geldkikkers (die laatsten zijn industrieel geproduceerde oosterse talismannen).

Gabriel Kuri - Thank you clouds (2014)
Gabriel Kuri – Thank you clouds (2014)

De gratuite commerciële bedanking is een rode draad in de werken die ik hier presenteer. In de afdeling plastic vallen namelijk de Thank you clouds op. Dat werk bestaat uit wegwerptassen van supermarkten die aan het museumplafond hangen en door roterende ventilatoren opgebold worden. Dat soort plastic zakjes dankt de klant uitvoerig… en komt  vervolgens massaal in het milieu terecht.

Gabriel Kuri - Untitled (Vouchers) (2007)
Gabriel Kuri – Untitled (Vouchers) (2007)

In het laatste segment leren we dat Gabriel Kuri ook aankoopbonnetjes bewaart. Systematisch en nauwgezet. Na vele jaren leverde dat een gigantische stapel bonnen op die smeekten om geordend en gearchiveerd te worden, volgens heel eigen indelingscriteria. Een van die criteria was – alweer – het gedrukte dankwoord. Uit dit archief van prozaïsche commerciële documenten put Kuri al jaren om prachtige kunstwerken te maken. Hij reproduceert de tickets op handgeweven wollen tapijten die elk detail, ook de kleinste inktvlek, nauwgezet overnemen. Door de luxueuze uitvoering contrasteren de wandtapijten heel sterk met de nederige herkomst van de b(r)onnen, in die zin hebben ze veel gemeen mijn met eigen Don’t Throw Me, het kassaticket in baniervorm dat in april/mei 2017 de Leeuwenvlag verving aan de gevel van het Vlaams Huis in Brussel. Bij Kuri’s werk speelt nog een tweede contrast: tegenover het onpersoonlijke van de automatisch gedrukte bonnetjes plaatst hij het vakmanschap van de wolwevers die banale stukjes papier omvormen tot unieke kunstobjecten.  

Gabriel Kuri - Untitled (scratch lotto oysters) (2019)
Gabriel Kuri – Untitled (scratch lotto oysters) (2019)

Gabriel Kuri heeft een uniek talent om wegwerpartikelen in een nieuwe context te plaatsen en ze zo een verrassend nieuwe betekenis te geven. Op die manier levert hij commentaar op consumentisme en kapitalisme, niet met het opgeheven vingertje, maar subtiel en tongue-in-cheek. Getuige daarvan zijn werk Scratch Lotto Oysters. In een roestvrijstalen box toont de kunstenaar een reeks krasloten, in combinatie met geopende oesterschelpen. Waar parelvissers ooit oesterschelpen opdoken in de hoop een waardevolle parel te vinden, koesteren we vandaag de ijdele hoop om ons rijk te krassen. Kuri is wel zo vermetel om alleen de QR-codes te tonen, de eventuele koper van het werk staat daarom voor een lastige beslissing: als hij wil nagaan of het om winnende loten gaat, vernietigt hij het werk.

Gabriel Kuri - Quick Standards (2019)
Gabriel Kuri – Quick Standards (2019)

En nog eentje om het af te leren. Quick standards is een even eenvoudig als visionair werk. In 2006 al, lang voor er van een vluchtelingencrisis sprake was, heeft Kuri zilver- en goudkleurige isolatiedekens aan houten staken bevestigd. Zo creëerde hij spandoeken die tekst noch beeld bevatten, en toch een perfect duidelijke referentie meedragen. Ik kijk uit naar het moment waarop een pientere geest daadwerkelijk met deze ‘quick standards’ in een vluchtelingenbetoging meestapt.

De expo ‘Sorted, Resorted’ van Gabriel Kuri loopt tot 5 januari 2020 in WIELS. Meer informatie vind je via deze link.

Inspiratie en bronnen: Jan Braet in Knack, Museum of Contemporary Art San Diego